Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die, van af'r haar met 'n odeurtje tot 'r lage schoentjes met strikjes verzorgd was: „jij heb schoene augen, Koert"....

„Meen je", glimlachte de manke jongen, en om goed rechtop te staan, leunde-ie op den gezonden voet en trok-ie den horrel zoo sterk mogelijk omhoog ■— al had ze 'm nog honderdmaal meer pijn gedaan, zou-ie geen kik hebben gegeven.

„lek zou vroeger voor die oorlog manikoer zijn geworden", verhaalde ze, 't vel van 'n pink, dat niet los te bikken was, zoo an de pinknagel vastgevroren as 't was, met martelende schraap-haaltjes wegkrabbend: „oend damiet wierd bij oens veel geld verdiend: maar in die oorlog waren er bij oens geen maniekoere meer —

„Wat is 'n manikoer?" vroeg Koert weer, en nou keek-ie naar 't wonder van de bleeke meisjesvingers, de wassen handjes, as van de modepoppen in de confectie-étalages, die om zijn mormel-vingers heen-strengelden, en 't mesje zoo zeker hanteerden of 't 'r dagwerk was.

„Een manikoer", lei Friedel uit: „versorgt die handen van dames en heeren— Dat is die Koer van die leelijke manen. En als jij daat iedere week volhoudt, krijg jij ook heerehanden— Een man met schmutzige nagels ies kein man...."

Dan hapte, klapperde, veerde de schaar weer, spetten de nagelbrokjes 't kamertje door, vijlde en schaafde ze tot 'r geen onvertogenheidje meer te zien was, en elke vinger 'n troebel-paarse maan met wolke-vlokjes had.

89

Sluiten