Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gescheurde broodtrommel voor hem op 't tafelzeil smeet, zóó de smoor as ze 'r over in had, dat de tuchthuisboef, die net as zij hiette, óók in Eindhoven ging neerstrijken — of Holland niet groot genoeg — en of dat nou geen pesten uit de eerste hand was, om haar dat an te doen, na al de jaren dat ze onverplicht voor den ondankbaren vlerk van 'n jongen gezorgd had —; met 'n met-sluitend rieten valies onder den eenen arm en 'n saam-geflenst karton onder den anderen, was Joël uit nicht Anna 'r woning heen-getrokken, om bij de Wetters 'n toevlucht te zoeken.

„Ga maar gleich miet", had Friedel den vorigen Zondagavond, toen ze na 't gezellig zitje bij tante Toos, samen 't Philipsdorp doorstapten, gezeid: „dan kan vader zeggen of hij er miet einverstanden iest..,."

En de ouwe Wetter, die z'n moeder en vrouw in bed had gestopt, en nou in de stilte-om-te-zoenen in z'n eigen Taboratorium — 'n klein rommél-schuurtje achter 't huisje, dat-ie zelf betimmerd en van gas en electrisch licht had voorzien, als 'n koning zat te prutsen, en amper luisterde, omdat 'r in 'n retort boven 'n Bunsenschen brander 'n koper-

Êroene neerslag, dien-ie weken lang had willen ereiken, ontstaan was — Wetter, met 'n donkeren bril voor de oogen en 'n lange Duitsche pijp in den mond, vond alles wat Friedel bedisseld had, prachtig.

De dorpsstraat, grauw en kil, was op dat vroege uur nog volkomen verlaten, toen 't kind met z n

106

Sluiten