Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen-ie in 't verlaten stadje twee mannen tegen kwam, en naar 't adres van den apotheker vroeg,

zei de eene: „Ben jij 't? Wat doe jij hier op de

vlakte?" Erger had m niet kunnen overkomen. «Je hoefde niet te informeeren, wie je voor je had: onder duizenden zou je 't gezicht van den zwijntjesjager, die meer as 'n dozijnmaal gezeten had, en in de gevangen s om z'n goed gedrag ook korveediensten verrichtte, herkend hebben, 't Was 'n kemiek type, dat z'n handen niet thuis kon houen, tegen eiken directeur „tot ziens" zei, als-ie z'n tijd uit had gezeten, vooruit wist dat-ie overal z'n kop zou stooten, en dan liefst in kleinere steden, waar de politie t 'm niet te lastig maakte, z'n slag sloeg tot-ie weer ingerekend werd. Dat soort kennissen most-ie nou net niet hebben, en na 'n paar woorden en 'n kameraadschappelijken handdruk, Het de reus de twee nachtwandelaars aan d'r lot over. Toch was 't onderhoud opgelet geworden, omdat de Eindhovensche rechercheurs t verdachte paar in 't oog hielden, en zich nu splitsten om den man met de Krakende laarzen ook n eindje te volgen. Zoo gebeurde 't dat een beambte buiten op post bleef, toen Godefroid Mourier, na lang en geduldig schellen, in de apotheek binnen gelaten werd, dat-ie dadelijk moest uitleggen wat-ie voor pakjes in de hand hield, toen-ie met 'n doosje poeders, 'n fleschje valeriaan, 'n toetje pepermunt voor «Jo, en 'n stuk Eau-de-Cologne-zeep voor . Friedel, uit de deur kwam — hoe z'n naam was? — waar-ie woonde? — of-ie zich had laten inschrijven? — waar-ie van-

162

Sluiten