Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vel papier precies weet te zeggen wat 'r allemaal voor metalen en gassen op de zon motten zijn de dochter, die me zooveel het toegestopt, dat m'n maag 't haast niet ken verdragen, en die je zoo ankijkt, dat je 'r natte oogen van krijgt.... Dan zag-ie 'r wimpers, 'r fijne wenkbrauwen, t neusje, de rooie oorschelpjes — en dan hield-ie z n adem in, omdat t net was of 't herinneringsbeeld verzwakte, als-ie te sterk door z'n neus snoof — of't geen rumoer kon verdragen.... Als ze tegen 'm lachte, dansten 'r witte tandjes over 'r dunne lippen heen, als ze 'r handen bewoog, waren 'r vingers van kraakporcelein met dooie, witte, bevroren toppen.... Heb-ie 't koud?, vroeg-ie, zelf bang om te ademen, zoo als de snijdend-kille, z n lippen verstijvende wind, den heeten damp uit z n mond in bleeke, wild-bungelende bellen terugploeg.... Ze kon al niet meer knikken. Ze leek in n blauwen, kringelenden mist, of ze over 'n wolke-rand voortstapte, en de maansikkel an 'n takel met klagend-knarsende katrollen gevierd werd, en almaardoor as 'n wimpel an 'n mast slingerde en met floepen ronddraaide — ze leek in den krijtwitten, je strot in-brandenden nevel, te stollen — t wit van 'r oogen werd glazig — 'r vingers rekten, versmalden, dijden uit, klampten als trahes, waarlangs de sneeuwstorm gefloten had, tegen de ijsbulten van de raamsponning aan — en, tusschen die versteende vingers door, de sneeuwvlokken voort-proestend, vrat de wind ijs-wonden in z'n vleesch, vocht z'n adem tegen de striemende toch-

165

Sluiten