Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als 'n kwaadwillige hond: „maar zoolang jij den vent in de buurt van je moeder, je vrouw en je dochter houdt, zet ik geen poot meer bij jou over

den vloer— En hier Komt-ie nog minder Ik

wil me in de straten kennen vertoonen met wie 'k bij me thuis ontvang!.... Goeien avond!"

Rebelsch, omdat-ie de schepen achter zich verbrandde, zette-ie z'n hoed op, sloeg de deur achter zich dicht. Hij móst 'r meer van weten, ging op bezoek bij de nicht, bij wie de doode Jo ingewoond had, tot de vader terug kwam.

„Das ies nou een herzensgoede jongen", zei AVetter, toen 't gestap van de driftig-plompende voeten uit 't voortuintje verdoezeld was: „dat ies een kerl met een gouden hart en die gaat zoo onredelijk

tekeer, dat ik er een gat in die lucht bij sla

Ik zal u eens wat zeggen: ieder Geschöpf heeft eigen viengerafdrukken, een eigen karakter, een eigen ziel met eigen electronen, maar die menschen gelijken meer op elkaar in die groote domheid als in die groote hef de, en als iek onze Lieve Heer was, schakelde iek mijn stroom eens een poosje naar die zijde van die leege hoofden, waarien die

elementen uitgewerkt zijn, uit lek begrijp er

niemendal van En u?"

„«Jij ken 'n héél geleerd mensch zijn, Wetter", zei tante Toos, terwijl ook hij z'n hoed opzette: „en ik begrijp niks van al jouw boeken-wijsheid, maar jij ben zoo blind voor wat 'r geen twee stappen uit je buurt gebeurt, dat ik me mond maar zal houen— JMot jij ook opstappen?"

192

Sluiten