Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen dooreen kruisen en elkaar in hopeloos misverstaan voortdurend krenken, wonden en benadeelen. Ook zij, die brandend liefhebben en weten aangewezen te zijn op dat andere leven, ten einde eigen leven te kunnen verwarmen met wat liefde, wat late illusie van teederheid, wat vriendschap en eensgezindheid. Het in onbewuste zelfzucht tusschen deze levens dwalende kind, met haar vurig hartje, waarin de vrouwenziel haar eerste openbaringen al ongeweten ontplooit, als schuchtere bloempjes op vroege voorjaarsdagen een kleurig blaadje aarzelend openvouwen; dat koppige, met natuur-wreedheid alles voor zich eischende kind, argeloos verwonderd om de domheid van de groote menschen, die niet aanstonds gereed staan om al haar welig-wellende verlangens onverwijld te begrijpen en te voldoen; dit prachtige, mooie diertje, met haar slanke lijf, haar kittige bewegingen en haar heerhjk-zelfstandige karakter — hoe heeft Heijermans haar liefgehad, hoe heeft hij de mensch bewonderd, die in deze kleine, ontembare wildebras aanving te ontluiken.

De pen is aan zijn hand ontvallen, eer hij de met zooveel liefde en warme teederheid ontworpen beelden heeft kunnen voltooien. De enkele losse notities, die hij er over heeft nagelaten, kunnen ons ook niet helpen om ons een eenigszins omlijnd begrip te vormen van den loop der levens, die rond Vuurvlindertjes onstuimig bestaan hun bewogen gang gaan, noch van de wijze, waarop haar heftig karakter, haar moedig zieltje, haar aan-

251

Sluiten