Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

den kring; na herhaling volgt uitstooting, waarbij de meester den raad van den patriarch van Jeruzalem inwint, terwijl de paus in alle geschillen als hoogste rechter optreedt.

Toen meester Hugo na de goedkeuring door het concilie (1128) Frankrijk, Engeland en waarschijnlijk ook Schotland bereisde om de orde bekend te maken, ondervond hij in deze landen zooveel belangstelling, dat niet alleen schenkingen van geld en goed ruim toevloeiden, maar ook een groot aantal ridders toetraden, die hem vergezelden op zijn terugreis naar Palestina. Dit voorbeeld vond ook in andere streken navolging, dank zij de warme aanbeveling van den paus en den heiligen Bernard.

Tengevolge van den grooten toeloop moest de regel worden aangevuld met bepalingen voor de tijdelijke gastridders en voor de geaffileerden, die hun vermogen geheel of gedeeltelijk schonken, doch daarvan het vruchtgebruik voorbehielden; hun werd echter niet vergund het witte onderkleed te dragen, en het huis te bewonen.

Algemeen werd de beschavende invloed van de Tempelridders in- en buiten Europa erkend. Behalve dat zij geruimen tijd den Islam, die het Christendom bedreigde, in bedwang hielden, wisten zij de gruwelen van den krijg zooveel mogelijk door hun voorbeeld te beperken, en het ridderideaal hoog te houden. Deze gedachte werd in Wolfram v. Eschenbach's dichting Parzival (± 1200) behandeld, die de Templeisen (Tempelridders) als bewakers van den heiligen Graal voorstelt en ze door den kluizenaar Trevizent in bijzijn van den Graalkoning Parzival laat prijzen: Wol die muoter, dire daz Kind gebar.

Sluiten