Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

na den val ook van Tripolis (1289) en Akka (1291) werd de strijd van een paar eeuwen om het bezit van Jeruzalem opgegeven.

De Tempelridders hadden allerwegen een goeden naam van eerlijkheid en trouw bij het uitvoeren van afspraken en verbintenissen. Zij waren, zeiden zij, niet voor niets met de Sarasenen in aanraking geweest. Als financiers en bewaarders van groote kapitalen stonden zij hoog aangeschreven bij de koningen van Frankrijk en Engeland, hetgeen hun echter niet belette een ongeëvenaarde zelfstandigheid en onpartijdigheid te toonen door b.v. Hendrik III van Engeland te weigeren het door den grooten patriot Hubert de Burgh (+ 1243) aan hen in bewaring gegeven vermogen dien koning af te geven. Denzelfden Hendrik durfden zij te dreigen met de boodschap, dat hij met hun goedvinden koning zou zijn zoolang zijn regeering rechtvaardig was. Philips IV werd den toegang geweigerd tot een kapittelvergadering.

De grootmeesters ontvingen uitnoodigingen om doopgetuige te zijn van L ode wijk IX 's dochter, om deel te nemen aan beraadslagingen van concilies in het Lateraan (1215) en te Lyon (1274). Keizer Frederik II, die de orde vervolgde, haalde zich deswege een excommunicatie op den hals.

Toen de organisatie breeder afmetingen begon aan te nemen, bouwde de schatmeester Hubert te Parijs een reusachtige „Temple" (1222), die meer had van een versterkte vesting met brand- en inbraakvrije kelders dan van een klooster met heiligdom. Het kwartier, Ville Neuve genaamd, besloeg met de bijgebouwen en terreinen een derde gedeelte van de stad en diende tot woning van den grootmeester met zijn

Sluiten