Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

recevant me montra sur 1'autel un idole ayant la forme d'une tête en me disant, que je ne devais pas croire que Dieu füt mort paree que cela n'était pas croyable mais que je devais me confier en eet idole qu'il me fit adorer comme on baise les reliques. .

Verbazingwekkend was de verklaring van ridder Cettus Ragon, die te Rome in het Lateraan (pauselijk paleis en zetel der Roomsche curie) is gerecipieerd en daar een onvervalschte Bafomet heeft gezien, zonder er bij te zeggen, dat het beeld ook in kerkvergaderingen dienst deed. De provinciaalmeester van Ierland weet te verhalen, dat in het Pelgrimskasteel te Atlith (Palestina), hoofdzetel der Tempelorde, een beeld bewaard werd, dat vragen beantwoordde, waaraan ridder Jean de Montroyal in zijn rechtvaardigings-geschrift weet toe te voegen, dat de Tempelheeren in genoemde vesting het lichaam van de heilige Euphemia lieten zien, dat verscheiden wonderen verrichtte en dat zij van deze en van den heiligen Policarpus nog relieken bewaren (Michelet I 143. 419).

Zoo lang de voor de Kerk van Rome hinderlijke Baffometrie binnen de muren van Tempel en Latheraan beperkt bleef, kon de paus blijkbaar oogluikend berusten in de fantasiën der zelfstandige orde, die zoo machtig geworden was, dat zij, — geplaatst tusschen troon en altaar, — het meermalen in de hand had het evenwicht in Europa te bewaren. Hare sympathieën voor de gevreesde Assassynen, die in Syrië en Palestina van zich deden spreken, begonnen voor de Roomsche Kerk bedenkelijk te worden, toen deze zich ook in dit werelddeel begonnen te vertoonen.

Sluiten