Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

'spelen. Dit alles wordt ter beschikking gesteld van de aankomende leerlingen der orde (Zie Mar co Polo's Livre van Pauthier).

De Assassijnen-Secte geraakte omstreeks 1128, ten tijde van de aankomst der Tempelieren in het Heilige Land, tot bloei en wist Koning Boude wijn II van Jeruzalem te bewegen tot een geheim verbond van het kruis en den dolk. Deze op zijn beurt haalde de grootmeester Hugo de Payens over om met zijn 400 steeds gereedstaande ridders van de zware en 500 „serjeants" van de lichte cavalerie de Assassijnen behulpzaam te zijn in hun toenmaligen strijd tegen den gemeenschappehjken tegenstander (de Islam). De Sjeik Abulwefa nam op zich de stad Damascus op een Vrijdag in handen der Christenen te spelen op het oogenblik dat de Emir met zijn hof in de moskee in gebed verzameld zou zijn. De wacht moest door sluipmoordenaars overrompeld en de stadspoorten geopend worden. De koning beloofde bij het welslagen van dit avontuur de stad Tyrus af te staan. Op deze eerste samenwerking van ridders en wapendragers der Tempelorde met gezellen en handlangers der Assassijnen, rustte geen zegen: Te Damascus werd het verraad tijdig ontdekt en het Christen-leger, dat onder aanvoering van B oudewijn de stad reeds genaderd was, moest met bekwamen spoed de vlucht nemen en de zwaarste slagen van de vervolgende Mahomedanen opvangen.

Deze ontmoeting was de eerste kennismaking van beide geheime orden, wier wegen elkander in den loop der tijden nog menigmaal zouden kruisen. Opmerkelijk is dat beider opkomst, bloei en ondergang ongeveer in denzelfden tijd viel (1100—1300).

Sluiten