Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

de zeevesting Akka(Acra) in 1291, die de Tempelridders onder aanvoering van hun grootmeester Willem de Beau jeu, bijgestaan door de ridders van Sint Jan, 45 dagen verdedigden. Bij dit laatste heldenfeit kwam de geheele bezetting om. Het zwaarst werden zij getroffen door het verhes van het door hen met hulp van de Johannieter- en Duitsche ridders gebouwde (1218) bijna onneembare „Kasteel der pelgrims" nabij de kustplaats Athlit, ten noorden van Cesarea, waaraan zij zooveel herinneringen uit tijden van voorspoed bewaarden. Reeds het volgend jaar werd het door den Sultan belegerd, maar niet genomen. Tien jaar later kwam Frederik II de sterkte opeischen om te gebruiken voor wapenplaats zijner troepen. Toen de Keizer bij verrassing reeds tot den voorhof was genaderd, liep de wacht te wapen en deed de commandant de poorten sluiten; deze gaf den vorst bevel onmiddellijk van zijn brutalen eisch af te zien, daar hij hem anders als gevangene zou beschouwen. De indringer trok smadelijk af. woedend dat die Tempelheeren hem uit hun eigen woning hadden gezet. Sindsdien hebben zij in zijn oogen geen goed meer kunnen doen en waren zijn berichten naar Europa over de orde verre van vleiend.

Na den val van Akka vestigde zich de Tempelorde voorloopig op het eiland Cyprus, waar de Lusignans regeerden. Het verblijf aldaar werd haar — en de Johannieter orde — zoo moeilijk gemaakt, dat beiden, aan de vrijheid van beweging gewoon, besloten het eiland te verlaten. Voor de Tempelridders, voor de groote meerderheid fransen, was de aangewezen weg zich aan te sluiten bij de hoofdafdeeling te Parijs. Den ridders van Sint Jan werd de weg vrijgemaakt om het

Sluiten