Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37

Om in zijn geldgebrek te voorzien maakte de geweldenaar gebruik van misdadige verbeurdverklaring en afpersing op groote schaal en van Jodenvervolging, matigde zich zonder goedkeuring van het wettig gezag het muntrecht aan en het de slechtste munt slaan, zoodat het volk slechts de helft ontving. Te Parijs kwam het volk in opstand en vervolgde den „valschen munter" op straat, die een schuilplaats vond in den veiligen Tempel, waarover hij zich later meer verstoord dan dankbaar toonde.

Op6 Juni 1306 noodigt Philips den grootmeester — toen nog op Cyprus — uit over ordezaken te komen beraadslagen. Molaij brengt een deel van den ordeschat, bestaande uit 150.000 goudguldens en twaalf paardelasten zilver mede om in de Tempel-ordekas neder te leggen. Met groot eerbewijs heeft de ontvangst plaats, eerst door den koning, die zijn bewondering voor de orde uitsprak, daarna door den paus. Blijkbaar heeft de vorst lang geaarzeld met het nemen van een besluit. De grootmeester, een bejaard en voorzichtig man, meende op zijn hoede te moeten zijn. Klachten van verschillende aard over recepties van nieuwe leden, biecht, inhaligheid enz. dringen tot hem door. De orde zou een vereeniging zijn van onwaardigen. Hij reist in April 1307, met vier preceptoren naar den paus te Poitiers om zich te rechtvaardigen. Intusschen nam de koning in stilte zijn maatregelen; aan alle stadhouders in Frankrijk worden in tijds verzegelde brieven gezonden met bevel ze te middernacht te openen en alle bekende ordeleden gevangen te nemen, voorts beslag te leggen op hun goederen, ze te verhooren met behulp van de pijnbank; degenen, die schuld bekennen, vrij te laten, en de andere als ketters af te beulen.

Sluiten