Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

hem persoonlijk geleid, dus zuiver Fransch1). Vóór 1307 was in geen ander land sprake van vernietiging, zooals hij dit bedoelde. Hij alleen begeerde ze, gesteund door zijn raadgever Nog ar et, die achter de schermen zorg droeg voor de noodige verdachtmaking, en 12 personen uitkoos, om zich kwansuis in de orde te laten opnemen en na spionnage daar niet meer terug te keeren.

Na het lichten van deze doopceel zou men zeggen, dat de gekroonde misdadiger, in plaats van op den franschen troon, in de bank der beschuldigden behoorde te zitten voor de hooge vierschaar der Tempelorde, wier leden — al waren zij niet vrij te pleiten van tekortkomingen, — algemeen bekend stonden als fiere edelmoedige ridders, de elite der natie, die groote diensten bewezen hadden aan land en volk.

Toen het eerst noodige materiaal voorhanden was, kon het proces in Frankrijk ongestoord worden voortgezet. Wel remde de paus aanvankelijk met de stille kracht waarover hij beschikken kon, maar de koning zette door, maakte zelfs groote haast, opdat de buit hem niet ontglippen zou. Zonder zich om iets te bekommeren werden alleen te Parijs 900 leden gevangen gezet, en wist zijn biechtvader-inquisiteur voorloopig 140 bekentenissen van schuld door de tortuur af te persen, die den paus en de wereld moesten overtuigen.

De voornaamste punten van beschuldiging waren: verloochening van de Godheid Christus, hoonen van het kruis, vereering van idolen.

1) Van de 22 grootmeesters waren 17-, van de 12000 ordeleden 9000 Franschen.

Sluiten