Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62

tot aan de Nieuwstraat, de Muntstraat en de Grootestraat, in welke laatstgenoemde nog zeer oude overblijfselen van zwaar muurwerk aanwezig zijn. In 1808 werd daar een oude kapel afgebroken, in welker vensters Tempelridders in gebrand glas waren afgebeeld.

Philips van Vlaanderen schonk aan den franschen grootmeester Fulco landerijen te Lage Mierde1) bezuiden Tilburg bij de Belgische grens, waarop een klooster verrees, dat na de opheffing voor pastorie diende. De heilige Bernard van Clairvauz, stichter van de Tempelorde werd schutspatroon der kerk evenals Godfried van Lotharingen (1141). In dezelfde streek zijn in 1129 kloosterhuizen gebouwd te Stiphout en Rixtel bij de kerk, ten westen van het kasteel Helmond, verblijf van den hertog van Brabant2).

Heussen van Rhijn maakt melding van de Ridderstraat van het schoone dorp Wijk bij Heusden, waar de „roode" monniken een ruime zeer vruchtbare „Munnikenhof" hadden nabij den zwaren burg van de heeren van W^ijk, die eenige kruistochten meemaakten: „de poort door de Tempelieren gebouwd was een groot en deftig werk, en stond nog in onzen tijd overeind (1726). Door dezelve ging men in een fraaye

1) Foulques V van Anjou? (1090—1142). In den tegenwoordigen pastorietuin stond in de vorige eeuw een zeer oud rond doopvont van natuursteen, met vier mannekoppen waarvan een gebaard. De afmetingen waren: hoog 0.97, breed 1.17, breedte van het bekken 0.72 M. (Kroniek Hist. Genootschap van Utrecht 3e Serie deel 4.) De Heer pastoor te Lage Mierde is van meening dat het vont in 1830 naar St Oedenrode is overgebracht, waar het nn zou prijken in de nieuwe kerk. Dit bericht is niet bevestigd door mijn persoonlijk onderzoek. Het klooster zelf is in 1903 gesloopt en de steenen werden gebruikt als wegenmateriaal.

2) J. van Oudenhoven Beschrijvinge van de Meyerye van 's Bosch 49. Boxhorn: Ned. Hist 185. Moll: Kerkgesch. D 2.130 en II 3.210.

Sluiten