Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

opvolgde placht dikwijls te verhalen, dat zijn vader in het archief bedoelden brief had gevonden *).

Smallegange2) beweert „dat het huis afgebroken werd om met burgerhuizen betimmerd te worden", hetgeen wel zal beteekenen, dat een deel van de bijgebouwen op het uitgebreide terrein plaats moest maken voor woningen. De hier bovengemelde poort en het thans nog aanwezige huis moeten ook in 1696 nog bestaan hebben. De voorloopige lijst der Nederlandsche Monumenten in de provincie Zeeland3) beschrijft het huis als volgt:

„Meelstraat B 12. Gothisch. Hooge trapgevel 15* eeuw4), onder van bergsteen, de top van reuzenmoppen met zandsteenen boekblokken. Sousterrain, waarboven begane grond met twee (vroeger kruis-) kozijnen en deur met geprofileerde spitsbogen en terugliggende velden, waarin traceering; in het hoogveld boven middenraam overblijfsels van een figuur. Eerste verdieping met boven elk kozijn twee spitsbogen samenkomend op draagsteentjes en kopjes in den top van de boogspitsen. Over den geheelen top teruggemetseld veld met grooten spitsboog met eenvoudige traceering. Hierin thans een kruiskozijn tusschen twee dichtgemetselde smalle vensters met ontlastingsbogen, en in de traceering van den grooten.

1) Römer. Kloosters 174: Heussen van Rhijn. Outheden van Zeeland I. 29: Reijgersbergen—Boxhorn, Zeeuwsche Kroniek 317; J. de Kanter. Croniek van Zierikzee 16; Wagenaar Vaderl. Htat DL 192.

2) Nieuwe Cronyk van Zeeland (1696) I, 493. 8) Uitgave Oosthoek, Utrecht 1922. 296.

4) Victor de Stoers noemt het huis wellicht het oudste van geheel Nederland, uit het laatst der 13« eeuw (Nederl. Kunstbode 1880. 5).

Sluiten