Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

103

en aan de heilige Anna na haar dood bewezen. Sans moi elle n'aurait jamais été canonisée. Pour son bonheur je me suis trouvé au concile de Nicée, et comme je connaissais beaucoup plusieurs des évêques qui le composaient, je les ai tant priés, je leur ai tant répété que c'était une si bonne femme, que cela leur coüterait si peu d'en faire une sainte, que son brevet lui fut expedié1). Het weinig ontwikkelde Parijsche publiek der 18c eeuw nam deze fabelen voor ernstig op en begreep niet den bedekten aanval van dezen Gower op de Roomsche dogma's. Bedoeld was het onredelijke wondergeloof der theïsten te stellen tegenover de leer der natuurphilosofen en deïsten (Voltaire e.a.).

Met terzijdestelling van de namen in andere landen aangenomen, kwam de cosmopoliet aan het hof te Versailles en te Parijs weer terug als graaf de Saint Germain. De koning, die in zijn verveling toegaf aan verkeerde neigingen en in de jacht afleiding zocht maar niet vond, werd door hem in het gezelschap van Mad. de Pompadour e.a. aangenaam bezig gehouden; tot hun vertrekken en aan de petits soupers had hij vrij toegang. Naar de „kamervrouw" 2) van de favorite beweert zou hij in enkele dagen vlekken uit diamanten hebben weggenomen, en bracht bij nu eens zijn kostbare verzameling edele steenen mede, dan weer eenige op email geschilderde miniatuur portretten van Petitot, den beroemden kunstenaar

1) Van Mad. de Pompadour sprekende: „Si on ne la canonise pas, ce sera paree que les rois de Prance voudront épargner cent mille écus", de gewone prijs, die gegeven moest worden voor de bekendmaking van een nieuwen heilige. (Mémoires de Mad. d'Adhémar II, 190.)

2) Mad. du Hausset, Mémoires 148, 186.

Sluiten