Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

yeux vers la ville; les siens étaient souvent attachés a la terre; il y cherchait un objet qui n'est plusl).

Deze duistere passage, waarvan Grimblot, de uitgever van Gleichen's Souvenirs (bl. XI), schrijft, dat ze moeielijk te verklaren is, krijgt zin als bij deze geheime, indrukwekkende' nachtelijke bijeenkomst gedacht wordt aan de inwijdingsplechtigheid der door de oude schrijvers veelgeroemde mysteriën van Eleusis, een staatsinstelling van het oude Griekenland:

De mysten worden door hierofanten, leden van het geslacht der Eumolpiden, in een zieletoestand gebracht, die op den dood gelijkt en daarna tot de Godheid gevoerd (Proclus). Zij maken reizen in de onderwereld (Tartarus) en de Elyseesche velden, naderen de grenzen van dood en leven, betreden den drempel van Proserpina's gebied en keeren door de elementen terug (Apulejus). Eerst pijnlijke onzekerheid in de duisternis op een eindeloozen weg. Moedeloosheid en onbestemde vrees doen den candidaat huiveren. Eindelijk verschijnt aan den hemel een lichtpunt, dat een wonderlijk licht wordt. Heilige woorden worden gehoord en mystieke verschijningen aanschouwd. Is het „grand oeuvre" naar wensch geslaagd, dan roept een priester op plechtige wijze: De Godin heeft het heilige Kind doen geboren worden. Brimo heeft Brimos gebaard. In de inwijding herkrijgt de mensch zijn oorspronkelijke vrijheid terug; hij leeft voortaan in reinheid en rechtschapenheid, weet wat het is zich zelf te kennen en ziet de niét ingewijde „profanen, die in duisternis en slijk leven" met andere oogen aan dan voorheen, toen hij zelf in het „duistere hol gevangen zat. (Plutarchus Ex opera de anima, fragm. VI 2.

1) Oeuvres complètes de Diderot. Paris 1876 XVIII 354.

Sluiten