Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

122

ontwerpen. Het onderhoud had plaats op het buitenverblijf Zorgvliet aan den Scheveningschen weg, waarbij ook zijn broeder Karei, de Grootmeester der Orde, tegenwoordig was. Bij deze bejaarde mannen met hun ernstig uiterlijk en breed gebaar was het Diderot of hij zich onder oude eerwaardige Romeinen bevond.

Hoe meer hij stad en land leert kennen, des te meer voelt hij er zich thuis. De zeetong, nieuwe haring, tarbot, baars en andere „water-fish" zijn er uitstekend, de wandelingen bekoorlijk. Of de vrouwen hier wijs zijn weet ik niet, maar met hun groote stroohoeden en terneergeslagen oogen schijnen zij van het lof terug te keeren of ter biecht te gaan. De mannen zijn verstandige, zakendoende menschen en komen er rond voor uit, dat zij in deze Republiek goed republikeinsch zijn. Mijn zadelmaker hoorde ik zeggen: „Ik ga mijn dochter uit het klooster te Brussel halen, want zij wordt me daar te monarchaal opgevoed." *)

Een goede bekende van S. G. was ook Charlotte Sophie Gravin van Aldenburg (1712—1800) die in 1733 in het huwelijk trad met Willem Bentinck, als bruidschat medebrengend de heerlijkheden Varel en Knyphausen in Oldenburg en het kasteel Doorwerth bij Arnhem.

Onrustig van natuur en niet tevreden met haar lot verliet zij in 1739 man en kinderen, knoopte betrekkingen aan met den Vorst van Lippe-Schaumburg en reisde veel in Italië. De latere Catharina II van Rusland, die in 1743 met haar moeder aan deze laatste spruit der Aldenburgs een bezoek bracht op haar slot Varel, beschrijft deze zonderlinge vrouw

1) Diderot Oeuvres (Assézat). Brief uit Den Haag 22 Juli 1773.

Sluiten