Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

166

agaatsteen met het volgende opschrift: „ld'reposent les cendres de notre G. A.l) de la tour de Babel; le Seigneur eut pitié de lui, paree qu'il est devenu humble." De leden hadden zich vóór alles te oefenen in de deugd: nederigheid, deemoed, die hun weinig bekend was. De statuten en ordepapieren berusten in de archieven van den groot-commandeur, zoo leest men in de gemelde uitgaven van 1766, 1768, 1774 en 17862).

De hooge of roode graden blijven beweren, dat Frederik de Groott op 1 Mei 1786 in zijn hoedanigheid van grootmeester-commandeur van den Schotschen Ritus de toen bestaande 25 graden zou hebben aangevuld met 8 nieuwe graden en 18 artikelen8). De schriftelijke bewijzen, zeggen zij, berusten in het archief van den Opperraad of Suprème Conseil, maar aangetoond is dit tot nog toe niet. Wat weerhoudt de opperraad, zoo wordt terecht gevraagd.

De blauwe grootloge van Berlijn heeftop 19 September 1861 verklaard, dat het verhaal uit de lucht gegrepen is. Ook de bekende criticus br.*. W. Begemann heeft na een ernstig en uitvoerig gedocumenteerd onderzoek4) willen aantoonen, dat het om verschillende redenen historisch onmogelijk is, dat de koning op 1 Mei 1786 zich hiermede zou hebben

1) Grand Architect.

8) De raad van Keizers van het Oosten en Westen was een van de belanrijkste kapittels te Parijs, gesticht door Saint Gelaire (Saint Germain) in 1758, die reeds een jaar tevoren als Inspecteur-Generaal den Pruisischen Noachiten-graad had gevormd (Zie Gast Bord Franc-maconnerie I 250). 8) Manuel maconnique ou Tuilleur de tous les rites. Kohut, blz. 68 4) Der alte und angenommene Schottische Ritus und Friedrich der Grosze (Berlijn, 1913).

Sluiten