Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172

Onze Gotthard Hans Christoph von Schöning (1744—1807) — wiens moeder, Helena von Pannewitz von Nordh ausen, hofdame was van de koningin van Prinsen, Frederik's Moeder— trad in 1761 in den krijgsdienst, en ging in 1766 over in 'skonings hofhouding, aanvankelijk op een jaarwedde van 100 Thaler. Dr. Volz noemt hem een beschaafd man die Fransch schrijft en Latijnsche uitdrukkingen gebruikt, en wiens geschriften, o.a.: „Friedrich II, könig von Preussen, sein Person und sein Privatleben" (1808) vertrouwen verdienen. Hij weet den afstand te bewaren en houdt zich bij het verhalen van anecdoten op den achtergrond. Na den dood van den vorst bewondert hij zijn meester zonder hem te vleien. Zijn handschrift, vermeldend gebeurtenissen in het voorjaar van 1782, is een bijlage van een brief aan minister von Wöllner in 1795, welke in het geheime Staatsarchief te Berlijn berustx).

Toen de koning in 1775 den geheimen bond van „Vaterlandsfreunde" (patriotten) stichtte, moest Schöning als een der meest geschikte werkende leden een vertrouwde opdracht vervullen en voor het oog der wereld „verdwijnen". Zelfs zijn moeder wist niets van zijn verblijf en deed wanhopige pogingen om te weten waar haar zoon zich ophield. Aangezien die nasporingen de goede zaak zouden schaden, deed de koning en de bond haar uit Hamburg zijn doodstijding weten. De bond had, zooals later zal blijken, als geheim genootschap betrekking op de algemeene staatkunde in Spanje, Portugal en Holland en op handelsbetrekkingen in Silezië, Spanje

1) Hohenzollern Jahrbuch 1911, M, 164, 290.

Sluiten