Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 21 —

zijn, want in het midden dier eeuw bezaten ze reeds een begraafplaats op Hoogstraten. Dit is de oudste der drie Joodsche begraafplaatsen, welke men thans te Nijkerk vindt. Naar de heer S. Hamburger mij in der tijd mededeelde, zijn daar grafsteenen gevonden uit de jaren 1650 en 1651. Thans liggen deze steenen waarschijnlijk diep onder den grond, want de pogingen om ze terug te vinden waren vruchteloos.

Of de eerste Joodsche inwoners van Nijkerk Hoogduitsche, Italiaansche of Portugeesche Joden geweest zijn, is niet met zekerheid vast te stellen, waarschijnlijk is echter, dat de eerste vestiging uit Hoogduitsche Joden bestaan heeft.

De eenige Jood, die voor 1700 met name genoemd wordt, is Jacob de Jode. Deze was vóór 1681 politie-agent of zooals het toen heette armen-jager. Het Resolutieboek vermeldt *) dato 8 Maart 1681 „Nog hebben de Jonckeren geaccordeert, dat Renger Tyzen bij provisie sal worden aengestelt tot Armen Jager, in plaetse van Jacob de Jode." Hij genoot daarvoor een tractement van honderd gulden.

Verder wordt in de Resolutieboeken onder de honderd en vijf en twintig onderteekenaars, ingezetenen van Nijkerk, die 1 Mei 1703 van het ambtsbestuur een groote vaart naar zee trachtten te verkrijgen, ook Salomon Levi aangetroffen, waarschijnlijk dezelfde, aan wien in Januari 1708 „het Wesenhuys" verpacht is en die nog in 1733 lombardhouder was.

Dat op deze lijst slechts een Jood voorkomt, is merkwaardig, en doet vermoeden, dat het aantal Joden, dat omstreeks 1700 te Nijkerk woonde, niet heel groot was. Het is dan ook wel zeker, dat vele Joodsche tabakshandelaren in het midden en in de tweede helft der 17e eeuw uit Nijkerk zijn weggetrokken. Enkelen emigreerden met Wouter van Twiller, directeur der West-Indische Compagnie, en vele andere Nijkerkenaars naar Noord-Amerika, waar ze zich op Long-Island grond kochten om tabaksplantages aan te leggen *). De meesten echter hebben zich in den omtrek van Nijkerk vooral in het naburige Amersfoort gevestigd. Een van deze was Ezechiël Cohen. In een oorkonde van 15 Maart 1727 verklaren Burgemeesters enz. der

Sluiten