Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 66 —

tuigenis af9), en verder leveren zoowel de litterarische bronnen als de talrijke afbeeldingen hiervoor afdoende bewijzen 10). Ook op het punt van de namen hebben ze zich nooit ontzien — in tegenstelling dus met het üdv ntt W tb — deze op vrije en onbeperkte wijze aan hun niet-Joodsche omgeving te ontkenen. Van den Babylonischen tijd af tot op den dag van heden toe komen daaronder dan ook de meest uitheemsche elementen — Babylonische, Arameesche, Perzische, Grieksche, Romeinsche, Duitsche e.a. — zelfs bij Rabbijnen en autoriteiten, die het allerhoogste aanzien genoten, voor. Na de belangrijke studies hierover van Zunz (Namen der Juden, z.b.) en Juster u) kan ik mij van verdere détailleering onthouden en met een verwijzing naar hun werken volstaan.

* * *

3-

Het meest karakteristiek zijn de consequenties, die men uit het trun rnpn-beginsel getrokken heeft op het terrein van den godsdienst in den engeren zin van het woord, dus van gebed en eeredienst, en het is opmerkelijk, dat men daarvoor zelfs dingen, die op zich zelf als prijzenswaardig en door oude traditie gesanctioneerd golden, heeft opgeofferd. In den eeredienst en al wat daarmee samenhangt werd het als bijzonder aanstootelijk gevoeld de Godheid te naderen op een wijze, die voor de heidenen, of later voor de aanhangers van andere godsdiensten, kenmerkend waren. Als een klassiek voorbeeld hiervoor kan gelden, wat in Sifré opgemerkt wordt naar aanleiding van het roXD-verbod (Deut. 16.22). Ik geef de woorden hier weer in de omschrijving van Rasjï (in zijn Pentateuchcommentaar a.1.) ruw TOTï noten TO b navw nrww *'B»« rvb pn bit nwei>2> VIKD. Dus: aanvankelijk, in den tijd der aartsvaders, was de massëba Gode aangenaam, maar nu de heidenen zich voor hun cultus ervan meester gemaakt hebben, haat Hij haar. Jozef Albo, de auteur van den onplTD beroept zich hierop zelfs in zijn critiek op Maimonides en diens systeem van geloofspunten, waarvan de absolute onveranderlijkheid

Sluiten