Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 75 —

samengesteldheid, zijn sfeer, zijn ziel. Zij zijn het volk nu zeer nagekomen, en in hun werk komt het volk zichzelve na. De zachte hand der schoonheid mag nu het opvoedend werk, dat de ruwe hand der Haskalah begonnen is, voltooien.

* *

Eèn werkelijke ghetto-letterkunde in het Westen, waarin schrijvers het eigen ghétto schilderen, vinden we in Nederland in haar meest karakteristieken vorm.

Ten eerste is, en zeker was hier, een werkelijk ghetto, dat van Amsterdam. Chicaneeren wij niet om een woord. En dit ghetto was oud. In Nederland hebben zóó lang Joden gewoond, dat er een Nederlandsen Jodendom, een apart, typisch Jodendom kon ontstaan, dat lang genoeg bijeen gebleven is, en tijd genoeg gehad heeft, om zich te ontwikkelen. Toen de tijd rijp was en het zelf zijn schrijvers voortbracht, bestond het als hoogst eigenaardige afzonderlijkheid.

De meeste Nederlandsche-Joodsche schrijvers zijn zelf kinderen of kleinkinderen van het ghetto en, daar het in de letterkunde heerschende naturalisme hen er nog toe aanspoorde, beschreven zij hun eigen jeugd en het Joodsche leven, dat zij mochten aanschouwen.

De meeste Joodsche schrijvers in ons land hebben zich artistiek met het Jodendom bemoeid, zoo slechts zeer weinigen, een van Campen, een Jacob Israël de Haan, zich ook de f acto met taak en toekomst van Israël bezig hielden.

Twee milieus van het Nederlandsche ghetto-Jodendom zijn wel bij voorkeur beschreven: De Amsterdamsche diamantbewerkerswereld en het Joodsche provinciale milieu.

Heijermans, Israël Querido en Michel van Campen zijn onze voornaamste stadsghettoïsten, Carry van Bruggen en Samuel Goudsmit die van het Joodsche provincieleven.

Onze grootste en meest bekende ghettoïst was een man, die als mensch onze hoogste achting verdient, als Jood onze toegeeflijkheid noodig heeft: Herman Heijermans. Hem ontbrak iedere liefde voor onze leer en ons volk en hoogstens

Sluiten