Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 77 —

bijzondere, heel uitzonderhjk-treürige gevallen, die het ghetto-leven niet kunnen typeeren. Zeker er bestaat ghettosmart, maar ook ghetto-vreugde — misschien meer nog — en Heijermans heeft in „Diamantstad" die vreugde niet begrepen.

In „Diamantstad" is Heijermans' Jodenwrevel wel het ergst. In „Sabbath" en de novellen weet hij ook heel wat licht nog te werpen op dat Joodsche proletariaat, en een studie van Heijermans' oeuvre leert ons, dat zijn antisemitisme in later jaren tot een soort volkomen onverschilligheid voor het Jodendom en haar toekomst' geworden is.

Hoe sterk de onderschatting van eigen volk en de overschatting van de anderen ingevreten had in de artistieke conventie des tijds, bewijst een werk als Querido's „Levensgang". Israël Querido, verre van te behooren tot het Heij ermans-gilde, voelt zich met fierheid Jood en is zijn volk zeer toegedaan.

Toch heeft hij in dit werk de literaire traditie van eeuwen reeds voortgezet, om het Joodsche meisje te teekenen, dat haar Jodendom al heel weinig kent, en het als geestelijke waarde nooit beschouwd heeft, en dat uit haar materialistisch omgevinkje gered moet worden door den Christenminnaar. Hier, waar het gold de bewustwording der diamantbewerkers te schilderen, en waar deze toch ddór Joden geleid en in Joden weerklank gevonden heeft, lijkt mij het stellen der antithese — Joodsch-materialistisch juweliersgroepje en Christen-werkman — onnoodig. Overigens is natuurlijk Querido's beschrijving niet haat-doordrenkt als die van Heijermans en vult zij cultuur-historisch „Diamantstad" aan.

„Diamantstad" is de schildering van een buurt, het oude ghetto, dat met z'n vervallen huizen, zijn door en doo* slechte woningtoestanden oppermachtig heerscht over het leven van zijn menschen. De ziel van dit werk is „Zolatesk". — „Levensgang" is de roman van een milieu. Ook hier wordt de diamantbewerkers-ellende beschreven, doch op den geestelijken chaos wordt gewezen. Querido's groot en vroohjk

Sluiten