Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-84-

en 't traditionalistische ghetto aan de kaak te stellen, opdat het zich schame, wordt hij in zijn „der Pojaz" totdendiepzinnigen Joodschen kunstenaar, die de ziel van zijn ras tracht te doorgronden en uit te beelden. Zijn kunstenaarschap heeft hem over zijn bewuste opinies heengetild.

Franzos is natuurlijk de verdediger van de jongeren, naar 't Westen uitzienden, tegen de ouden, die zich tot de Mizrach wenden. Steeds komt een goedwillend enkeling in conflict met de publieke meening.

„Der Pojaz", die tooneelspeler worden wil, „Moschko von Parma", die „Seiner", soldaat wil zijn, allen zijn uitzonderlijken, die het ghetto niet wil dulden.

Naast vele echte misstanden, die steeds weer door de „Aufklarer" aangewezen worden: te vroeg huwelijk, Schadchones, slechte hygiënische en paedagogische toestanden der Chedarim, valt Franzos ook goede ghetto-zeden aan: trouw aan elkaar, solidariteit, 't uitsluiten van gemengd gehuwden, en anti-militarisme ... En vooral, en dit heeft hij met veel van de zijnen gemeen, hij heeft geen begrip van en geen liefde voor de groote religieus-ethische waarden van het Jodendom: miskenning vau Talmoed en Joodsche zedenleer, en het waardevolle van haar beoefening! Hij begaat dezelfde fanatieke fout, als zijn ghetto-bewoners — die het bestudeeren van moderne talen en wetenschappen met cherem bedreigen — wanneer hij, tendentieus, het „lernen" en de „Pilpoeüem" dier menschen slechts in een belachelijk daglicht stelt.

Fanatisme aan beide kanten! Dat dit eerste stadium der ghetto-literatuur, alles afkammen in het ghetto, alles goedkeuren in de Westersche cultuur, nog niet algeheel achter ons ligt, bewijst mij de pas nog in Fransche vertaling verschenen autobiographie van Dr. J. Fromer „Du ghetto a la culture moderne", reeds in 1906 in 't Duitsch verschenen, „Vorn Ghetto zur modernen Kultur", zeker een aangrijpend boekje, doch waarin de schrijver van „Der Talmud" wel wat erg partijdig het ghetto-Jodendom hekelt en verwerpt,

Sluiten