Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-96-

eenige wijze, waarop in de Basilika te Alexandrië met bare kolossale afmetingen voor de n*Tin-voor lezing en bij elke benedictie uit de n?sn de schare een sein kreeg, om met het 'DM te respondeeren.

De nstOO (= ftn of umvr) zwaaide daar dan telkens met een vlag, (rot) Bab. 516, Jerus. 55 a en ft) 8).

Dit eigenaardig signaal mag des te gevoegelijker met het door mij veronderstelde gebruik van onzen p*09 in verband gebracht worden, wanneer men scherp in het oog wil houden, dat ook ons vers in onze liturgie op dezelfde plaatsen aangewend wordt als destijds het vlaggevertoon in Alexandrië: ook bij ons èn bij de rbvn èn voor n"nnn JWTp. Immers doet de pn nog thans bij ons een variant van het vers: t. w. Wito^ Vu "Dn bxr\, „Gij allen, kent grootheid toe aan onzen God!", aan het oproepen van den jro voorafgaan9).

Het uitroepen van ons vers voor den aanhef van het Staande Gebed is dan in de plaats gekomen van dit vlaggezwaaien, het is mogelijkerwijs zelfstandig in het leven geroepen, en misschien zelfs ouder dan die Alexandrijnsche

In ieder geval hebben beide instituten, zij het dan ook op verschillende wijze, het eene visueel, het andere auditief, bij dezelfde gelegenheden aan hetzelfde doel moeten beantwoorden.

M.i. moet ons vers buitengewoon geschikt geoordeeld zijn tot deze hoorbare exhortatie, om de synagogale eulogieën te begeleiden en er mede in te stemmen.

Onze Bijbelplaats is immers van ouds in samenhang gebracht met de gemeente-lofprijzingen, (NQV 37a). Tevens was op dit vers het meer-personen-gebed gebouwd, (rn3*o 27a en 45a).

Voor een ttn^3 zeggen, waartoe het thans ter inleiding van de nTDl? gedoemd is, komt dit vers dan ook aUerminst in aanmerking u)!

In de door mij hier gegeven voorstelling van de historische ontwikkeling van het gebruik van dezen piDS te dezer plaatse komt ook de vermelde aanteekening van den corrector bij

Sluiten