Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 144 —

de scheiding der gemeente niet te spreken waren; als dat punt ter sprake zou komen, zouden zij weggaan zonder antwoord te geven. De Hoogduitsche Parnassijns laten daarop weten, dat zij de Poolsche Joden wel zouden weten te treffen, te oordeelen althans naar een brief, 8 Tammoez (7 Juli) door de Poolsche Parnassijns gezonden aan de Hoogduitsche Parnassijns en geteekend door den Koster R. Joseph ben R. Eliëzer en door R. Baruch ben R. Samuel, welke inhoudt, dat de Poolsche Parnassijns de zaak verder schriftelijk wenschten te behandelen, om ook een schriftelijk antwoord te bekomen, en zich niet konden vereenigen met een mondelinge behandeling door de reeds genoemde afgezanten, door wie Hoogduitsche Parnassijns de Poolsche hadden laten waarschuwen, dat zij hen wel zouden weten te treffen, als zij niet in de vergadering verschenen. Zij waren echter nog steeds bereid de zaak scheidsrechterlijk te doen behandelen, gelijk was aangegeven in de beide aanmaningen, waarvan een gewaarmerkt afschrift hun door de afgezanten was gegeven. Zouden de Hoogd. Parnassijns weigeren de zaak te onderwerpen aan de Portugeesche Rabbijnen, dan waren de Poolsche Parnassijns bereid de vroegere geschillen te doen behandelen door een college van arbiters, waarvan zij Hoogduitschen Parnassijns reeds kennis hadden gegeven in een schrijven, door de afgezanten hunner gemeente aan dezen ter hand gesteld. Voor de behandeling van mogelijke verdere geschillen, hetzij tusschen de gemeenten, hetzij tusschen individueele leden der Poolsche gemeente en van de Hoogduitsche gemeente, zou na het vertrek van den Frankf ortschen Opperrabbijn een scheidsgerecht gevormd worden.bestaande uit de Opperrabbijnen der beide gemeenten, die zich een derden arbiter zouden kunnen assumeeren. Zouden zij het over de keus van dezen niet eens worden, dan zouden de bewijsvoeringen van de partijen door de beide Opperrabbijnen op schrift worden gebracht en gezonden naar den Frankfortschen Opperrabbijn, om door dezen met zijn beide bijzitters behandeld en tot beslissing gebracht te worden. Konden Hoogduitsche Parnassijns zich daarmede vereenigen, dan

Sluiten