Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 152 —

gebruik maakten van het bad der gemeente, met zware boeten zouden gestraft worden. Wanneer echter een vrouw noodzakelijker wijze het Portugeesche bad had moeten bezoeken, dan was zij van boete vrijgesteld en moest zij alleen aan de Poolsche gemeente het bedrag voldoen, dat zij anders voor een bad verschuldigd zou zijn geweest.

De Hoogduitsche gemeente ging ondertusschen in aanzien en invloed vooruit. Den isten September 1672 was,hun door den Stedehjken Magistraat toegestaan een eigen vleeschhal op te richten tot onderhoud van de Joodsche armen, d.w.z. ten behoeve van de gemeentekas. Daarop zenden in October de Poolsche Parnassijns een request in, luidende:

Aen de Ed. Heeren van den Geregte der stad Amsterdam.

Geven eerbiedelijken te kennen de Kerkmeesters van de Poolsche Joodsche Gemeente binnen deser stad, hoedat dezelve Pooli sche Joodsche Gemeente, omme hunne bijsondere Ceremoniën, hebbende en constituerende eene aparte Gemeente, afgesondert zoo van de portugiesche als van de hoogduitsche Joodsche Gemeente, onderhoudende mede affsonderlijk hunne armen en werkende mede apart aen deser stede wallen 17) in ervaringe sijn gekomen, dat de hoogduijtsche Joodsche Gemeente, volgens d' annexe keure van date den eersten Septembris deses jaers 1672, is geaccordeert en toegestaan een aparte vleeschhal, omme 't vleesch onder hunne natie aldaer te venten ende te vercoopen, met soodanighe interdictie ende verbod, ten eijnde het recht en profijt voor hunne armen daer van soude werden getrocken; Ende gemerckt de supplianten zoo wel als kerkmeesters van de voorsz. hoogduijtsche Joodsche Gemeente affsonderlijk en appart sijn onderhoudende hunne Kerk mitsgaders de kerkdienaars en armen, sonder eenige van dien komen tot laste van de voorsz. hoogduijtsche off Portugeesche gemeente, ende dat dieselve armen mede apart soo wel als die van de voorsz. andere gemeenten, staen ten dienste van U. Ed. Heeren, en van dese stadt, zoo en hadden de supplianten ampts en plichtshalven niet connen onderlaten off ledigh staen van alle debvoiren aen te wenden, ten eijnde syluyden, omme redenen voorsz. insgelijx mochten obtineren een aparte vleeshall; weshalven dan de supp'ten genootsaekt sijn haer toevlucht te nemen tot U Ed. mijne Heeren van den Gerechte,

Sluiten