Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- i56 -

ak een van zijn ernstigste tegenstanders in den ban doet. Hij stierf den 27 Adarl 5464 (3 Maart 1704). In het begrafenisregister wordt hij geprezen voor de toewijding, waarmede hij zijn heilig ambt bij de Hoogduitsche gemeente hier ter stede heeft vervuld.

De vereeniging van-de Hoogduitsche en Pookche elementen is op het voortbestaan van de Joodsche gemeenschap in Amsterdam van gunstigen invloed geweest. De verhouding tusschen de Hoogduitsche en Poolsche gemeenteleden is blijkens de functiën aan Hirsch Pos en aan den Sjammos R. Joseph opgedragen spoedig vriendschappelijker geworden. Met R. David Lida doet de eerste Poolsche Opperrabbijn zijn intrede in de Aschkenazische gemeente te Amsterdam, met Jechiel Gazzen de eerste Poolsche Oppervoorzanger. De Hoogduitsche gemeente heeft sedert een aantal Rabbijnen en Voorzangers uit Polen herkomstig mogen tellen. Een enkele keer wordt zij ook nog wel aangeduid als de Gemeente der Hoogduitsche en Poolsche Joodsche natiën 2a).

Het streven van den Parnas R. Joseph ben Abraham is met succes bekroond geworden. Behalve in de periode I795—heeft de Hoogduitsche gemeente steeds een homogene eenheid gevormd, welke door niets kon worden verstoord, en Amsterdam mede heeft gemaakt tot een bmtm dki yj), een metropolis in Israël.

*) Na de opheffing der Poolsche gemeente werd deze Opperrabbijn te Rotterdam. Hij was afkomstig uit Wilna.

*) Het oude Poolsche begraafveld ligt ter hoogte, waar thans het ontvanggebouw op de begraafplaats staat. Het Hoogduitsche gedeelte strekte zich rechts daarvan uit.

s) Ook van dit begraafveld zijn zeer vermoedelijk tijdens de bezetting van Naarden door de Franschen (1672—1674), waardoor ook het verkeer met de begraafplaats was gestremd, de zerken weggehaald.

*) Gepubliceerd en van een inleiding voorzien in het tijdschrift „Ha-

tsofeh" VIII blz. 289—300. *) Hollandsche uitgave (Amsterdam 1855) blz. 557. ') Sluys, De ambtsdata van de oudste Opperrabbijnen van de Hoog-

im B 11 émIh I i 11

Sluiten