Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 164 -—

T3*nn (Praag, 1720,18b; Rom-cr 68a, kolom 2, nog al bovenaan) vinden we: anravn pa wa npn vb tmopn par 'jnpn itn ktto k?m rm» i pwjn p oprrriD rn rrunW 1 rtnan mna 'sa pn «m Dprrno^aK m»m pa tua vn d*«dö na^a onwwn pa» ynp nn rnwe >n vn „Het omoyn pa bedoelt niet letterlijk „tusschen „de paaltjes", want we vinden nno 5 : 2, dat 4 tafels ,4 ellen van de paaltjes af stonden *); maar het wil zeggen: „in één lijn staande met de ruimte tusschen de paaltjes." De gecursiveerde woorden geven precies het verschijnsel aan, dat ik hier bespreek: pa geeft de plaats aan, in de horizontale lijn liggende van de plaats-tusschen «1 het menschelijk oog, er voor staande, ziet de tafels tusschen de paaltjes.

d"3ö*i neemt rnsnpn rwvn 'atol 6 : 6 de uitdrukking woordelijk over, maar mron n*a 'a^n 5 : 14 luidt heel anders!

*

Er is een gebruik van praeposities, dat een heel ander karakter draagt, maar dat ik toch ook wel plastisch zou willen noemen. Want ook dat is de plastische weergave van dat, wat — alleszins niet het lichamelijke oog zoo ziet, maar wat — de indruk is voor den mensch. 'k Zou willen zeggen: de plastische indruk-wedergave. En de beide voorbeelden, die ik hier van geef, zijn ook weer geheel verschillend van karakter.

We vertalen m gewoonlijk „tegenover." In beginsel is dit juist; doch vaak bezigt het plastisch-te-werk-gaande Hebreeuwsch *iü, waar in een andere taal, in casu het Hollandsch, een ander, slapper woord moet gezet worden. Als Jos. 8 : 33 het volk op de hellingen der Sjechem-vallei staat met het gelaat naar de in het midden staande priesters — die hun gelaat beurtelings naar de eene helft van het volk toewenden en beurtelings naar de andere helft (nü© 7 :5) —; als I Kon. 8 : 22 Salomo tot Gd bidt en het heele volk zijn gelaat aanschouwt; ais Syriërs en Israëlieten elkander ib. 20: 27 tegemoet trekken en „als twee afgezonderde

Sluiten