Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 165 -

geitenkudden" *), met de blikken naar elkander gericht, kampeeren; als ib. 21: 10 en 13 twee schurken als aanklagers van den onschuldigen Noowous optreden; als Jos. 8 : 11 het oprukkende leger met zijn front naar de stad gericht komt te staan, bij welke op haar beurt uitteraard de gedachte

van het offensief wordt gevoeld, enz. ■ is het gladweg

„tegenover" in de volledige kracht van het „tegenover"begrip. Deze geprononceerde, scherr>omlijnde beteekenis is speciaal het woord *uj eigen.

En ook zouden we bij iemand, die zich bij het vuur warmt, nog kunnen spreken van „tegenover het vuur zitten", zooals het Hebreeuwsch Jes. 47 : 14 zegt; van het volk Israël, dat den Jordaan overtrekt, Jos. 3 1 16, kunnen zeggen, dat het dat „tegenover Jericho" doet, omdat we stad en volk met de fronten naar elkander gericht zien — en daarvoor zou niet eens vijandelijke gezindheid noodig zijn; zie het volgende voorbeeld — en evenzoo, dat het, Ex. 19 : 2, „tegenover den berg" kampeert; omtrent de, Num. 25 : 4, in het volle zonlicht opgehangenen, dat de terechtstelling zóó moest zijn, dat de zon hun in het gelaat keek, zij dus „tegenover de zon" hingen; van Nehemia's muurbouwers, dat ze hun werk begonnen op de plek, die zich naar hun huizen toewendde Neh. 3 : 10, 23, 28 enz., vgl. 25, 26 enz., dus „tegenover hun huis"; enz. Maar het begrip, dat Gd wonderdaden zal doen „in tegenwoordigheid van" het volk, Ex. 34 1 10; dat Josua alles voorlas „in tegenwoordigheid van" de geheele gemeente Israëls, Jos. 8 : 35; dat Samuel de menschen uitnoodigt, „in tegenwoordigheid van Gd en in tegenwoordigheid van Zijn gezalfde" tegen hem te getuigen, 1 Sam. 12 : 3 (ook Gen. 3i = 32, 37- 47 : 15» 1 Sam. 15 : 30, Roet 4 : 4, Ps. 35 : 5 enz.) — kan niet met behulp van het woord „tegenover" uitgedrukt worden. En als Nehenria de Tyrische marktlui en kooplieden belet, Vrijdagnacht vlak voor de muren van Jeruzalem te blijven, 13 : 21, en Jes. 24 : 23 huldigingsbewijzen voor en ter eere van Gds iwpf worden neergezet en Jes. 40 : 17, zegt, dat voor Gds rekenend oog en in vergelijking met Zijn

Sluiten