Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

macht van de burgemeesters van Amsterdam, die het nageslacht met eerbied en bewondering vervulde. Die macht was al spoedig zoo sterk, dat de in de vijftiende eeuw opgekomen vroedschap zich steeds met een meer bescheiden plaats heeft moeten vergenoegen. Die vroedschap, de „wijshede, vroetscippe ende rijchede" der stad was een ongekozen vertegenwoordiging der burgerij. Zij werd in 1449 een gesloten college van vier-en-twintig leden, dat in 1477 werd uitgebreid tot zes-en-dertig, het beroemde getal, dat meer dan drie eeuwen zich heeft gehandhaafd. De vroedschap vulde zich zelf aan en maakte de jaarlijksche nominatie voor schepenen op. Maar de nominatie of de benoeming van burgemeesteren bleef haar onthouden; volgens het privilege van 1400 werden deze machtige mannen gekozen door den oudraad d.w.z. de fungeerende en afgetreden schepenen en burgemeesteren.

Zoo was in den loop der vijftiende eeuw de regeeringsvorm van Amsterdam tot stand gekomen, zooals hij tot de omwenteling van 1795 is gebleven. Het ligt voor de hand, dat die constitutie aristocratisch en zelfs oligarchisch was. Dat was geheel in overeenstemming met onzen volksaard; „de natuur van desen volcke een afkeer is hebbende van alle ambitie";aan eigenlijke verkiezingen door een grooter of kleiner aantal kiezers dacht men niet. Intusschen is het duidelijk, dat zulk een regeering alleen kan bestaan, wanneer er tusschen haar en de geregeerde burgerij een duidelijke overeenstemming van belangen bestaat. En evenzeer wordt zulk een regeering onmogelijk, indien zij niet voortdurend wordt aangevuld en gesterkt door frisch bloed uit de geregeerde kringen; zoodra zij een afgesloten familiekring wordt, een politieke factie, is zij ten doode opgeschreven.

Zoowel het eene als het andere werd het geval in de zestiende eeuw. In de dagen van Karei V reeds was het duidelijk, dat zich naast den regeeringskring een groep van vermogende en ontwikkelde burgers had gevormd, die geen aandeel hadden aan de regeering. Zoo was dus de band tusschen regenten en burgers verbroken en daarmede de grondslag van een normale rechtsverhouding. De tegenstelling werd in die dagen nog belangrijk verscherpt door het groote godsdienstige conflict der zestiende eeuw. Ook in Amsterdam, dat zooveel betrekkingen onderhield met de Duitsche landen, waren de beginselen

14

Sluiten