Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stad den grootsten handel in Indische waren. De la Court zegt dan ook terecht, dat Amsterdam had „genoegsaem den gehelen Oost Indischen handel, immers het monopolium aller kostelikke specerijen". Denzelfden voorrang had Amsterdam in den West-Indischen handel en in de West-Indische Compagnie. Het is waar, dat deze compagnie, waarvan men veel meer verwachtte dan van de Oost-Indische, al spoedig in verval geraakte en in 1674 is vervangen door een andere maatschappij op veel kleinere schaal. Maar ook daarin had Amsterdam een sterke stem, evenals in de Sociëteit van Suriname, waarin de stad een der drie deelhebbers was. En wij herinneren ons nog met trots, dat de hoofdstad van Nieuw-Nederland ook weer Nieuw-Amsterdam werd genoemd.

Dat alles was niet alleen een symptoom van den Amsterdamschen ondernemingsgeest, maar ook een bewijs van den kapitaalrijkdom der stad. Een gevolg daarvan was niet alleen een uitgebreide geld- en fondsenhandel, maar ook in het algemeen een geheel gemoderniseerde wijze van handeldrijven. Wat de markt voor de middeleeuwsche stad was, werd de beurs voor het tot een wereldstad ontwikkelde Amsterdam. Op de beurs, die in 1611 werd geopend, concentreerde zich zoowel de goederen- als de fondsenhandel; daar werden de koersen vastgesteld, die de prijzen van bepaalde artikelen te Amsterdam en daardoor ook elders beheerschten. Zoo werd de beurs ook de plaats, waar altijd geld was te verkrijgen, waar koopüeden, maatschappijen, compagnieën, steden, regeeringen voortaan zich het benoodigde kapitaal konden verschaffen. Een ander bewijs voor de steeds toenemende moderniseering van het handelsverkeer was de beteekenis, die de wisselbank, in 1609 opgericht, meer en meer wist te verkrijgen.

Het is in deze richting, dat de handel van Amsterdam zich ook in de achttiende eeuw verder heeft ontwikkeld. Want het is niet waar, dat deze zoo gesmade eeuw in het algemeen een periode van achteruitgang is geweest. Amsterdam althans heeft in dien tijd nog heerlijk gebloeid, nog tot den vierden Engelschen oorlog toe en in menig opzicht zelfs nog daarna. Alleen zien wij een opmerkelijke verschuiving in den handel in de richting van den fondsenhandel. Terwijl de goederenhandel meer stationnair bleef, heeft de fondsenhandel zich ook in dezen tijd zeer krachtig ontwikkeld. De beurs van

20

Sluiten