Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grenzen der stad na den nieuwen uitleg waren aan de westzijde de Heerengracht tot het Koningplein, de Reguliersdwarsstraat, de Botermarkt, de Zwanenburgwal en, als boven gezegd, de Oude Schans. Maar daarbij is het niet gebleven: reeds in 1593 werd aan den oostkant de stad verder uitgelegd; hier werden de Nieuwe Amstelstraat, de Rapenburgerstraat en de Schippersgracht de grens. Vooral deze laatste uitleg was zeer belangrijk: hier werden drie groote eilanden, Uilenburg, Marken en Rapenburg aangelegd, waar welhaast pakhuizen, werven en andere handelsinrichtingen verrezen. Het was ook in deze buurt, dat de overal vervolgde Joden, die juist in deze jaren in grooten getale naar het gastvrije Amsterdam stroomden, zich gingen vestigen. Het is deze vergrooting, die in 1600 door Pieter Bast in kaart is gebracht. Toen was Amsterdam omgeven door een hoogen wal met twaalf bolwerken; daarvóór was een breede gracht gegraven.

Maar deze uitleg, die verre overtrof, wat men vóór dien in Amsterdam had gezien, bleek al spoedig niet meer voldoende. Reeds in 1612 moest men ten stadhuize tot een nieuwen uitleg besluiten. En die uideg werd zoo ruim, zoo grootsch opgevat, dat men tot in de tweede helft der negentiende eeuw niets anders had te doen dan voortwerken op de plannen van 1612. Men moet den kloeken moed en het rustig vertrouwen bewonderen van een stadsbestuur, dat zulk een uitbreiding durfde decreteeren. De man, die daarbij de leiding had, was de oud-burgemeester Frans Hendricksz Oetgens, sedert 1607 fabriekmeester, wij .zouden zeggen, wethouder van publieke werken; hem dankt Amsterdam den rijken opbouw, die de stad maakte tot een der prachtigste van de toenmalige wereld. Oetgens had daarbij de medewerking van uitnemende krachten, den stadstimmerman Hendrick Jacobsz. Staets en den landmeter Lucas Jansz. Sinck. De oude stad zou volgens hun plannen door drie concentrische grachten worden omgeven, onderling verbonden door dwarsgrachten en dwarsstraten, die alle zouden uitmonden op de verkeerswegen der binnenstad. Buiten en in aansluiting aan de drie hoofdgrachten werden minder aanzienlijke buurten getraceerd.

Voor deze uitbreiding werd in 1609 octrooi van de Staten van Holland verkregen; het volgende jaar werd het definitieve besluit • door de vroedschap genomen. Kort daarna

29

Sluiten