Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ONTWIKKELINGSGANG DER REGEERING VAN AMSTERDAM

De geschiedenis van den regeeringsvorm van Amsterdam valt van zelf in twee gedeelten uiteen, die door de scherpe insnijding van de omwenteling van het jaar 1795 worden gescheiden. In de eerste periode ontwikkelt zich de stedelijke constitutie autonoom uit overoude plaatselijke beginselen; in dien tijd is van onmiddellijken volksinvloed geen sprake. Tijdens de moderne periode is van autonome ontwikkeling geen kwestie meer; de bestuursvorm der gemeente komt niet meer uit haar zelve voort; maar in dezen tijd komt een steeds breeder wordende volksinvloed tot uiting; het gemeentebestuur wordt dan door een steeds grooter kiezerscorps gekozen. Het eerste tijdvak is dat der inheemsche aristocratie, het tweede dat der groeiende democratie. In de eerste periode zetelt de regeering in het hart der stad; in den nieuwen tijd wordt de tot administratie geworden regeering verwijderd naar den N.Z. Voorburgwal. Het oude stadhuis sprak onmiddellijk als zoodanig tot poorter en vreemdeling; het moderne raadhuis moet men zoeken.

Amsterdam treedt voor het eerst in 1275 met de bekende oorkonde van Floris V met zijn eigen naam op in de geschiedenis. Een stad was het toen nog niet; van een stadsregeering is nog geen sprake. Hoe de dorpsregeering er echter heeft uitgezien, weten wij niet. Het is denkbaar, dat de heer van Aemstel den schout benoemde; het is aan te nemen, dat de schout bij rechtspraak en bestuur werd bijgestaan door eenige schepenen. Zoo was het overal in Holland; zoo zal het ook wel in Amsterdam zijn geweest. Wij kunnen het ook bovendien afleiden uit Amsterdams stadbrief van 1300. In dat stadrecht wordt de schout genoemd en ook de schepenen. Maar daarnaast is er reeds sprake van raden, zij het met een zeer beperkte taak: zij treden op, wanneer de gewapende burgerij ten strijde uittrekt en zijn blijkbaar nog aan schepenen

38

Sluiten