Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat een regent zegt: „dit was inderdaad eene drukkende aristocratie".

De burgerij, die over de misbruiken klaagde, heeft weinig kunnen doen om ze te verhelpen; weinig geschoold als zij was, kende zij ook de middelen niet om het kwaad te keeren. Evenmin wist men van hoogerhand iets van beteekenis te doen: de hervormingen van Willem IV bleven aan de oppervlakte. En het merkwaardige is, dat het verzet der burgerzin de tweede helft der achttiende eeuw veel minder gaat tegen de stedelijke regeering dan tegen den stadhouder. In den patriottentijd, als als kookt en bruist van wilden partijstrijd, wordt het gezag der Amsterdamsche regenten nauwelijks aangetast. Maar het is toch duidelijk, dat de oude regeering niet alleen, maar ook de oude constitutie haar tijd heeft gehad. Merkwaardig is het, dat niet alleen de burgerij, maar ook de regeering zelf het zoo heeft begrepen en gevoeld/ Alleen - geen van beide weet, hoe er verandering moet komen; de tijd van de verstandige, geleidelijke hervormingen is voorbij.

Daaraan is het ook toe te schrijven, dat de groote veranderingen bij ons uit Frankrijk zijn geimporteerd. Zoo ook is het te verklaren, dat de omwenteling te Amsterdam den 19 Januari 1795 zich in goede, men zou haast zeggen, deftige vormen voltrekt. De oude regeering, wier gezag nauwelijks meer wordt erkend, is blijkbaar voldaan, dat zij het lastige pak zich van den hals kan schuiven; zij gaat heen in stilte, door niemand betreurd, door niemand ook gehoond. Men moet den moed en den durf bewonderen der nieuwe regeering, die in dezen zeer bezwaarlijken tijd van voortdurenden politieken strijd, van buitenlandschen oorlog, van economischen en socialen druk het aandurft het roer van het stedelijk schip in handen te nemen, maar ook een nieuwe stedelijke constitutie te ontwerpen en in te voeren. De nieuwe regeering heeft voorloopig geen ander recht dan het feitelijk bezit der macht. Maar zij bereidt een andere orde van zaken voor; zij wil de nieuwe regeering vestigen op de door de revolutie aanvaarde souvereiniteit van het volk zelf. Dat wil niet zeggen dat onmiddellijk het algemeen kiesrecht wordt ingevoerd; men achtte bij alle revolutie het staatkundige recht verbonden aan een zekere mate van welstand; politiek golden ook na

46

Sluiten