Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam. Maar de consequentie, die toch voor de hand lag, werd tot op dezen dag niet getrokken; de politie, wier functie zoo nauw aan die den justitie verbonden is, bleef in handen der gemeente.

Den 15 November 1813 brak te Amsterdam de opstand uit tegen het Fransche gezag. Voor nog de dag ten einde was, was het Fransche gemeentebestuur reeds gevallen en vervangen door een voorloopig Nederlandsen bewind. Dat provisioneel bestuur heeft Amsterdam verder in de dagen der omwenteling bestuurd; het heeft den 28 November het algemeen bewind erkend en den 2 December den souvereinen vorst ontvangen. Het is nut den eersten dag van het jaar 1814 vervangen door een definitief gemeentebestuur, door den souvereinen vorst benoemd. Dit was als van ouds samengesteld uit vier burgemeesteren en zes-en-dertig raden. Maar de overeenstemming met de dagen der republiek was slechts schijn: dit nieuwe gemeentebestuur was even afhankelijk van hooger gezag als dat uit de dagen van Napoleon. En evenmin als toen had de gemeente zelf invloed op de keuze van haar vertegenwoordigers. Eerst in 1824 komt een nieuw reglement op de gemeentebesturen af, dat voor het eerst na een kwarteeuw weer eenige politieke rechten geeft aan een gedeelte der burgerij. En hoe karig werden die rechten nog niet toegemeten! De op grond van stand en geschiktheid gequalificeerde kiezers verkozen een kiescollege, waarvan de leden voor hun leven zaten. Dit kiescollege vulde eenmaal per jaar de opengevallen plaatsen in den raad aan, die door sterfgeval of bedanken waren ontstaan; want ook de leden van den raad hadden zitting voor hun leven. Een andere nieuwigheid van 1824 is de invoering van het enkele burgemeesterambt; toen werd dus het college van burgemeester en wethouders gevormd als dagelijks bestuur der

gemeente.

Deze regeling, waartegen wij weinig bezwaren hooren opperen, was tegen de democratische stroorningen van het midden der negentiende eeuw niet bestand. De grondwet van 1848 voerde het directe, geheime, maar vooralsnog beperkte kiesrecht in. De gemeentewet van 1851 behield m hoofdzaak wel de organisatie van het gemeentebestuur met zijn drie organen, burgemeester, burgemeester en wethouders,

50

Sluiten