Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

priester zijn gewijd, waaronder 13 die den titel van Magister voerden.

Pelgrims naar het Heilige Land.

Reeds in 1498 bezat Amsterdam een Jerusalemskapel voor „die ridderlike broederschap van den Heiligen Lande", waaruit volgt, dat de Amsterdammers reeds op het einde der 15e eeuw den moeilijken en ge vaar vollen pelgrimstocht naar de Heilige Plaatsen hebben ondernomen. Van drie jeugdige Amsterdammers, die in 1519 deze pelgrimage, met een jong Haarlemsch priester, hebben volbracht, zijn de portretten bewaard op een schilderij in het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht. Het zijn Jan Benninck, Jacob Heijn en Meynert Willems, en de Augustijner pater Wouter van Hogestein, die den 29en Mei 1507 was priester gewijd. De drie jeugdige reizigers behoorden tot patricische families. De vader van Jan Benninck was in 1498 raad van Amsterdam, en hijzelf in 1531 Schepen. Jacob Heyn Fransz was een neef van Jan Benninck, die ongehuwd is gestorven, waarschijnlijk te jong om reeds in de regeering te kunnen komen. Zijn vader was Schepen in 1510 en Burgemeester in 1525. Meynert Willemsz, was vermoedelijk de kleinzoon van den Baljuw van Amsterdam, Meynert Willemsz, die „Moy Meynert" werd genoemd. De schilderij, die de herinnering aan dezen, toen zeker hoogst merkwaardigen tocht heeft bewaard, stelt het viertal voor geknield voor de krypte der geboorte van Ö. H. Jesus te Bethlehem. Zij is lang bij de familie Benning bewaard gebleven, en kan beschouwd worden als een staal van Amsterdamsche schilderkunst, wellicht van Jan van Hout, van wiens hand nog een merkwaardig familie-tafereel bewaard is.

De meeste kloosters vonden krachtigen steun bij families, die zoowel uit bijzondere devotie, als door priesters of geestelijke zusters, die uit hare gezinnen waren voortgekomen, zich meer bijzonder tot hunne stichtingen voelden aangetrokken.

Familietafereel in St. Agnes.

Het klooster van St. Agnes stond zoo in innige verhouding tot de families van Corsgen Elbertsen en van Van der OuderAmstel. Twee dochters van Corsgen, de eene als Mater, de andere als „nonne" hadden in dit klooster den sluier aange-

59

Sluiten