Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pieter Jansz. Tyebaut is evenmin als Hugo Janszoon een groot drukker, maar naast de devote boekjes levert hij beter verzorgde boekjes in quarto formaat, versierd met houtsneden in minder groot, aantal, maar van meer waarde. Het zijn rechtsboeken als de „Instructie van den Hove van Hollant, Zeelant ende Vrieslant" en» in het Latijn, de „Statuta jurisdictionis Kennemarie". Voorts een historieverhaal in proza en dicht, ook in het Latijn: „Olandie Gelrieque bellum,", de oorlog tusschen Holland en Gelderland, door Wilhelmus Herrhannus van Gouda, een geleerd schrijver uit den kring waaruit Erasmus is voortgekomen. Den druk mogen we wellicht op 1517 stellen. Dit boekje en de „Statuta" zijn nog met de Gothische letter gedrukt, die van nu af voor Latijnsche boeken door de ronde, Romeinsche letter wordt vervangen.

Omstreeks dezen tijd begint de werkzaamheid van den eersten grooten boekdrukker in Amsterdam, Doen Pieterszoon. En op het gebied van den prentdruk was al eerder een groot kunstenaar werkzaam, Jacob Corneliszoon. Beider werkzaamheid is eng verbonden. Jacob Cornelisz, geboren te Oostzaan, was waarschijnlijk iets ouder; op zijne houtsneden vinden we al jaartallen als 1507,1510 en vervolgens. Doen Pietersz, omstreeks 1480 geboren, denkelijk te Amsterdam, kreeg in 1516 „consent om te mogen printen" en zijn oudste te Amsterdam gedrukte boek is van 1520. Als we op oudere prenten van Jacob Cornelisz het adres van Doen Pietersz vinden, moeten we aannemen, dat zij eerst door den kunstenaar zelf zijn uitgegeven, en dat de uitgaaf later op Doen Pietersz is overgegaan, die er dan zijn eigen naammerk op heeft aangebracht. Beider werk kennen wij uit den aard der zaak onvolkomen; hier zullen wij er slechts enkele grepen uit doen.

Onder de houtsneden van Jacob Cornelisz. zijn eenige groote aflseddingen van heiligen te paard (25 X 35 centim.), waarvan één (S. Hubertus) het jaartal 1510 heeft. Onder de voorstelling staat, in houtsnede, een bede tot den heilige in twee Latijnsche distichen. Dit wijst op de medewerking van een Amsterdamschen geleerde van grooten naam, die ook verder met Jacob Cornelisz en Doen Pietersz heeft samengewerkt, Alardus van Amsterdam. Een andere fraaie prentenreeks wordt aangeduid als „ronde passiestukken". Het zijn

72

Sluiten