Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hiermede is de indeeling van de bibliotheek aangewezen; de oudste catalogus van 1612 toont, dat de boeken naar de aangeduide afdeelingen opgesteld waren in 34 kasten. Deze kasten bevatten elk ééne rij boeken, aan kettingen vastgemaakt, en een lessenaar waarop men de boeken kon leggen om ze te raadplegen.

De boekerij was, zooals de genoemde voorbeelden toonen, van zuiver wetenschappelijken inhoud. Onder de honderden boeken in den catalogus van 1612 — ongeveer 1400 boekdeelen — is er slechts een reeksje van 7 titels — 8 deelen — , Jibri belgici et germanici", en er was zeker geen enkel werk onder, dat te Amsterdam het licht had gezien. Daar verschenen geene boeken op het gebied der officieele wetenschap; daar kwamen slechts bij uitzondering Latijnsche boeken in het licht. Eer we echter schetsen wat Amsterdam dan wel op het gebied van de boekenproductie beteekende, moeten we nog iets meededen over de aanwinsten van de bibliotheek in den eersten tijd en later.

Behalve door aankoop werd de boekerij door belangrijke schenkingen en legaten verrijkt. Enkde kerkvaders en klassieke schrijvers zijn in 1599 geschonken door den Schepen Jan Verhee, dien we uit Hoofts Historiën kennen ds een „persoon van bekoorlijk vernuft", door wien de Graaf van Leicester bij zijn bezoek aan Amsterdam „heuslijk wert bewelkoomt, in Latyn".

Verreweg de belangrijkste aanwinst was die van de bibliotheek van pastoor Jacob Buyck, een geleerden boekenliefhebber, die na zijne uitzetting in 1578 op nieuw eene rijke verzameling boeken had bijeengebracht. Hij had die blijkens zijn testament uitsluitend voor „Cathohjck gebruyck" bestemd, maar door zijn broeder en diens protestantsche vrouw was de boekerij aan de Stad gekomen. De boeken vormen eene zeer belangrijke groep, meest uit de 16e eeuw, bijna alle in voortreffehjken staat, vele in keurige banden, en alle met een eenvoudig smaakvol naamstempel. Vijf handschriften behooren er toe, waaronder drie van zijn eigen hand; in een ervan heeft hij aanteekeningen geschreven over den overgang van Amsterdam in 1578; een ander beschrijft zijne bibliotheek, volgens een ingeschreven Latijnsch vers hem door God teruezeeeven. nadat de ketter d zijne boeken, die djn vreugde

80

Sluiten