Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wekte het verlangen naar meer. Reeds in 1582 nam Cornelis Claesz deel in de uitgaaf van de commentaren van Calvijn in Nederlandsche vertaling; en voor hen, die van de wereldgeschiedenis meer wilden weten, gaf Laurens Jacobsz van 1585 af een Nederlandschen Livius, en eenige jaren later de joodsche historiën van Flavius Josephus in het Nederlandsen, boeken die blijkens de lange reeksen van uitgaven voortaan tot de gewone lectuur van den Hollander behoorden. Voor de eigen geschiedenis sloot daarbij de reeds vermelde Hollandsche kroniek aan, die de geheele wereldhistorie gaf, met voortzetting van de geschiedenis der Nederlanden, tot den nieuwsten tijd.

Zeevaart, geografie en reizen.

In de zeevaart nam Holland teeds in het midden van de zestiende eeuw een eerste plaats in. En in den persoon van Cornelis Anthonisz had Amsterdam reeds toen een zeevaartkundige van eersten rang voortgebracht, wiens werken, wanneer we ze terugvinden, bewondering wekken als meesterstukken van practische vakkennis, van wetenschap en van kunst. Na hem hadden mannen als Adriaen Gerritsz van Haarlem en Govert Willemsz van Hollesloot een grooten naam verworven als „ervaren stuurlieden", maar van hun werk was niets in het ücht gekomen. In den oorlogstijd zelf hadden de Hollandsche zeevaarders zich met kracht gehandhaafd, en na den overgang van Amsterdam was ook daar handel en scheepvaart niet alleen herleefd, maar ze ontwikkelde zich krachtiger dan tevoren. Ook de zeevaartkunde kwam tot nieuwen bloei en bracht werken voort van den eersten rang; en het was al spoedig Amsterdam, dat op dit gebied alles tot zich trok. De stad werd in weinige jaren het middelpunt van alle belangrijke uitgaven op het gebied van zeevaartkunde, geografie en reisbeschrijving. De ziel van deze ontwikkeling was de uitgever Cornelis Claeszoon.

Reeds in 1585 neemt Cornelis Claeszoon deel in de uitgaaf van de Spiegel der zeevaart, het meesterwerk van Lucas Jansz. Waghenaer van Enkhuizen.

De oudste kaart in dezen zeeatlas draagt het jaartal 1580, het eerste deel zag in 1584 het ücht. Het was, zooals al dergelijke werken, een eigen uitgaaf van den maker; het was gedrukt

86

Sluiten