Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET SCHEEPRIJK IJ

Voor ons, die het oudere Amsterdam van uit het IJ niet anders kennen, dan bijna geheel verborgen achter een nieuwe bebouwing op de plaats, waar eens de trotsche zeilvloten voor de palen ten anker lagen, is het zelfs met behulp van de vele voorstellingen in schilderij, teekening of prent, nauwelijks mogelijk ons het schoone beeld van vroeger dagen voor den geest te brengen van de stad, die als een tweede Venetië nog onbelemmerd open lag aan den ruimen zeearm der Zuiderzee.

Hoe die zeestad geworden is, valt uit het beperkte materiaal der oorkonden niet met historische zekerheid vast te stellen. Die weinige authentieke gegevens echter, de ligging der oudste kern juist aan de diepe reede voor den oorspronkehjken Amsteldam, ter plaatse van de Nieuwe brug, zoowel als andere bronnen, wijzen zeer stellig op een ontstaan als naven van de groote vaart, waar hetgeen van overzee werd aangebracht in kleine binnenlandsvaarders werd overgeladen en verscheept naar de opkomende centra van het Hollandsche achterland.

Dit middeleeuwsche havenbedrijf wordt ons duidelijk geschilderd m een charter van Karei V, waarin telkens door de Amsterdamsche regeering aangevoerde redenen in extenso worden aangehaald.

Dit charter is een van de leerzaamste stukken uit de handvesten van Amsterdam.

Naar aanleiding van het voornemen der keizerlijke regeering om behalve de sedert 1495 gebniikelijke rechten een nieuwe belasting, een z.g. congiegeld, te heffen bij den wederuitvoer van uit het buitenland aangevoerd graan, werd door de Staten van Holland nadrukkelijk geprotesteerd tegen deze ernstige bedreiging van hun voornaamste bron van welvaart, den buitenlandschen handel.

97

Sluiten