Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij ook op de houtsneeprent. Het is de typische middeleeuweeuwsche „seylagie naar Westen en oosten. In het voorjaar naar het westen en in den zomer door de Sont naar het oosten. Zeer bekend is het teekenende verhaal over den Amsterdamschen grootschipper Willem Jansz. Hooft, (den grootvader van Pieter Cornelisz), die op een keer met vijf van zijn zonen elk voerende een schip van tusschen 200 en 300 last voor Elseneur lag.

Niet steeds bleven deze westersche en oostersche vloten bijeen; veeltijds zocht ieder voor zich het eerst de markt te bereiken. De gelijktijdige afvaart door het wachten op gunstigen wind of de opeenhooping bij de tolheffing in de Sont verklaren echter de indrukwekkende cijfers, die Guicciardini en anderen van dikwijls op één enkelen dag aangekomen schepen noemen. Somtijds ziet men meer dan vijfhonderd groote schepen van alle landen aankomen, „meestendeels Hollandsche hukken besonderlyk den Borgheren deser Stadt-toebehoorende". Witsen schrijft: „In het jaer 1604 was erzulcken grooten vaert van Amsterdam op Oosten, dat men daer 400 Oostervaerders gelyckelyk voor de palen in een vloot heeft zien ankeren, welke alle binnen 14 dagen gelost, geladen en weer zeilree lagen".

Ook in het Vüe hoopten zich die vloten dikwijls geweldig op, zooals blijkt uit het groote aantal koopvaardijers, die bij den aanslag der Engelschen in 1666 verbrand werden.

De beschermende dubbele palemij, die bij Corn. Anthonisz niet verder reikt dan van den Montalbaanstoren, de verdediging der Lastage, tot den Singel, zien wij achtereenvolgens bij Bast, bij Balthasar Florisz en Stalpaert tot uitbreiding der walen steeds verder verplaatsen.

De werven, in 1544 nog op de Lastage gevestigd, worden van daar naar Marken, Uilenburg en Rapenburg verplaatst, waar wij nog tot 1655 de Adrrulahteitswerf bij het Rijsenhoofd en meer westelijk de O. I. C. werf, de Peperwerf gevestigd vinden. Daarna worden al deze werven naar de oostelijke eilanden verplaatst. Ook de westelijke eilanden waren sedert 1611 voor zoodanig gebruik bestemd.

Aansluitend bij de oudere voorstellingen geven de profielen van Bast van 1599, van Saenredam in 1606, van Savry van 1647 en van Kip omstreeks 1680 een belangwekkend beeld

103

Sluiten