Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om de aarde wentelde, en het was niet alléén om het dichterlijke, dat men zich de bijbelsche mtdrukkingen herinnerde, hoe God de aarde aan een niet opgehangen had en ze van eeuwigheid tot eeuwigheid gegrondvest had, zonder dat ze ooit zou wankelen, en de hemel op pilaren daarboven uitgespreid. !

Men geloofde nog dat de aarde een schoon* lichaam was en moest daarom de aarde in schoonheid voorstellen. De bloeitijd van de cartographie in Amsterdam was nog " juist de laatste periode van de uitdrukking van schoonheid op de kaart. De lijnen van kusten en rivieren kregen een zachte kroniming en golving; de bergen werden au naturel door nuniatuurbergjes aangeduid; de landen kregen kleine vignetjes in overeenstemming met hun aard en hun producten en industriën; de fauna en soms ook de flora kreeg een aandeel in het landsbeeld, en de zee vertoonde zijn visschen en zeemonsters, waarin men geloofde, en zijn schepen, de krachtige realiteit van den Hollandschen zeevaarder. Zelfs de richting, die men op zee te volgen had, gaf het aanzien aan kaleidoscopische windrozen.

En dit beeld ging harmonisch over in zijn omgeving door de ornamenten om den titel en in den rand, ornamenten rijk van vinding en elegant van uitvoering. Zelfs de namen op de kaart geschreven waren de bravour van een calligraaf.

Wellicht heeft deze schoonheid in de uitvoering haar hoogtepunt bereikt in de werken der „caertschrijvers": wereldkaarten, luxueus geteekend of geschilderd op perkament, zooals er een op de tentoonstelling verwacht wordt uit Dresden. Deze kaart is uitgevoerd kort na het begin der groote Hollandsche zeereizen; de vaart om de wereld door Olivier van Noort wordt erop herdacht. Er zaten verscheidene van die „caertschrijvers" in Edam, en m het verdere NoordHolland, maar, zooals in de XVIe eeuw Noord-Holland economisch allengs afhankelijk werd van Amsterdam, zoo trok de hoofdstad ook de cartographie naar zich toe.

Deze primitieve schoone kaart had een lange ontwikkeling achter zich, veel langer zelfs dan men tot nog toe aangenomen heeft en nog algemeen aanneemt. Wel verre van met de groote ontdekkingsreizen te zijn ontstaan of opgegroeid te zijn uit nog primitiever en phantastischer producten uit middeleeuwsche kloosters, begint het ons schemerachtig voor de oogen

110

Sluiten