Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soms was de bedrijfsvorm daarvan de huisindustrie — zooals veelal in de textielnijverheid het geval was —, doch er kwamen ook grootere werkplaatsen voor met een vrij aanzienlijk aantal arbeiders. Omstreeks 1625 had de hoedenmaker Hans Lenaertsz 24 knechts in dienst. De bekende glasblazerij, het z.g. „glashuis", aan de Rozengracht telde 30 arbeiders. De zijdeweverij van Pierre Baille bevatte 110 weefgetouwen. Grootere ondernemingen kwamen o.a. ook voor in de zeepzieder ij, de suikerraffinaderij en de boekdrukkerij. Het grootste bedrijf was ongetwijfeld de werf der Oost-Indische Compagnie, waar soms 1200 arbeiders werk vonden.

De werktijden waren lang. Een ttvaalfurige arbeidsdag was in vele bedrijven regel. Althans des zomers, want de werktijd varieerde naar het seizoen. Dit staat in verband met het verbod van arbeid bij kunstlicht, wegens het daarmee verbonden brandgevaar. Als gevolg hiervan vaneerde ook het loon naar het seizoen, zoodat men onderscheid maakte tusschen zomer-, herfst-, winter- en lentetoon. Naar t schijnt waren de loonen in 't algemeen, gemeten naar den maatstaf van dien tijd, niet laag. Klachten over te hooge loonen, waardoor het concurrentie-vermogen der industrie venninderd werd, waren althans schering en inslag. Kinderexploitatie kwam, vooral in de textielindustrie, veel voor. De stad gaf in dit opzicht aan de ondernemers een slecht voorbeeld, door de oprichting, in 1682, van het Stadszijdewmdhuis. In dit etablissement werd, ten behoeve van de zijde-mdustne, door meisjes van 7 tot 12 jaar den ganschen dag, tegen een zeer karig loon, zijde gewonden. In sommige tijden werd hier door ruim 500 meisjes gewerkt. In 't bijzonder werden hier de kinderen der bedeelden te werk gesteld. Bij de opnchtmg overwoog het stadsbestuur o.a., als gold het een sociale maatregel, dat „de stad rijkelijk voorzien is van schamele meisjes, die ledig langs de straat gaan"! Bovendien werden ook meermalen de kinderen uit de weeshuizen» o.a. ten behoeve van de kantmakerij, ter beschüdting der ondernemers gesteld.

Van organisatie der arbeiders was in Amsterdam ja dien tijd zelden sprake. In tegenstelling tot anderfeisteden hebben hier in de industrie nooit knechtsgüden bestaan: Waarschijnlijk is de oprichting daarvan door de overheid tegengehouden.

124

Sluiten