Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aart Schouman en de zijnen waren toch meer voortreffelijke copiïsten hunner groote voorgangers dan de voortzetters hunner roemrijke traditie.

Toch bleef uit den aard der zaak de vraag naar portretten bestaan.

Behalve de decoratieschilders, die nog wel famiheportretten leverden, waren het vooral miniatuurschilders en rondreizende portretschilders, de eersten met Tenuninck, — de laatsten met Jelgerhuis aan het hoofd, die in deze behoefte voorzagen naar den smaak van den tijd.

Met onderscheiding verdienen in dit verband nog te worden vermeld Jan Adriaan Antonie de Lelie en diens leerling Jean Augustin Daiwaüle, wier werk nog valt in de 19e eeuw.

Van de portretschilders, die op het eind der 18e eeuw uit den vreemde waren gekomen, verdienen Johan Frederik August Tischbein, geboren te Maastricht en Charles Howard Hodges, geboren te Portsmouth, bijzondere vermdding.

Tischbein, voortgekomen uit de Duitsche School, was een der weinigen van de jongeren van zijn tijd, die zich ontworstdde aan het verstramde classicisme, waarin ten slotte de 18e eeuw is opgegaan. Realistisch van aanleg kon hij niet oproden tegen de overgevoeligheid van zijn tijd en zag hij zich later genoodzaakt zich geheel te wijden aan het portret, waarvoor hij rdsde naar vreemde hoven en gedurende veertien jaar schilderde aan het hof in Den Haag.

Zijn vde portretten munten uit door een warm en rijk coloriet, door natuurlijkheid van opvatting en door een smaakvol gehed.

De tweede, Charles Howard Hodges, vestigde zich in 1788 in Amsterdam, waar hij in 1837 overleed.

Zijn portretten, hoewel niet krachtig, zijn van een bijzondere distinctie en van een groote voornaamheid. Van hem zegt Kramm in zijn Leven en werken der Hollandsche en Vlaamsche schilders, „Men moet Hodges de zeldzame, hem alleen eigene bekwaamheid toekennen, van destijds aan zijn portretten een hoogst edel en fatsoenlijk uiterlijk te hebben gegeven, niettegenstaande de natuur die niet altijd voorspiegelde; iets, dat, helaas, bij de meeste kunstenaars in dit gevd, of overdreven geaffecteerd plaats grijpt of wel zij geven den persoon in geheel zijn onedele houding terug. Hij voegde

133

Sluiten