Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMSTERDAM SINDS 1795

„Met Fransche hulp", zooals een der opscrmften bij het op den 4den Maart 1795 gevierde feest der revolutie ronduit erkende, was den I9den Januari 1795 de omwenteling te Amsterdam tot stand gebracht. Nog geen jaar vroeger had een der hoofdleiders van de revolutionairen, Van Irhoven van Dam, verklaard, dat hij eene revolutie in ons vaderland eene onmogelijke zaak achtte. Sinds was op allerlei wijze in het geheim propaganda gemaakt. Het naderen der Fransche troepen gaf moed, en zoo constitueerde zich op 2 Januari een Comité-revolutionair, met Mr. P. J. B. C. van der Aa als secretaris, dat de omwenteling zou voorbereiden en organiseeren. Zaterdag den ijden Januari kwam het bericht, dat de Franschen Utrecht waren binnengerukt. Het Comité vaardigde daarop een manifest aan de burgerij uit, waarin gewezen werd op de wenschelijkheid van het optreden eener andersgezinde stedelijke regeering, die de aanvallers niet als vijanden, maar als vrienden zou ontvangen en alzoo de verovering der stad zou voorkomen. Den volgenden Zondag werden onderhandelingen met den magistraat gepleegd, en nog vóór de nacht inviel werd van de trappen van de waag op den Dam, bij het hcht van kaarsen en toortsen, ten aanhoore van de verzamelde volksmenigte afgekondigd, dat den volgenden morgen Dr. C. R. T. Krayenhoff als commandant der stad zou optreden. Dien ochtend nam het Comité- revolutionair bezit van het stadhuis: de in de raadzaal bijeengekomen regeering werd met een door Rutger Jan Schimmelpenninck gestelde aanspraak ontslagen en verhet daarop het raadhuis, waarvoor eén 60-tal Fransche huzaren was geposteerd. Zoo eindigde te Amsterdam het ancien régime: vreedzaam en roemloos. Een tijdperk van vijf eeuwen was afgesloten.

Onmiddelhjk nadat het Comité, dat den afgetredenen uitgeleide had gedaan, ten stadhuize was teruggekeerd, werd eene

153

Sluiten