Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoeve van de stad als van het land. Door den voortdurenden oorlog was de handel nagenoeg verlamd en zoo werd de toestand steeds moeilijker. Het feit dat in 1808 koning Lodewijk Napoleon zijne residentie te Amsterdam vestigde, beroofde de stad van baar stadhuis en werd oorzaak van het afbreken van de fraaie waag op den Dam. De inlijving bij Frankrijk scheen ten slotte in menig opzicht een uitkomst; maar de zware druk, dien het Fransche bewind op het volk legde, in conscriptie, tierceering der rente en strenge doorvoering van het contmentaal-stdsdysloeg alras aan alle verwachtingen den bodem in. Het gejuich bij het bezoek van Napoleon aan zijn derde hoofdstad, in October 1811, was niet van harte. De burgemeesters Wólters van de Poll en Van Brienen mochten doen wat zij konden, de prefect De Celles handhaafde met ijzeren hand het gezag; elke poging tot verzet werd meedoogenloos onderdrukt. Zelfs goede maatregelen, als de invoering van den burgerlijken stand en het verbod van begraven in de kerken, werden door het volk als verdrukking gevoeld. Geen wonder dat toen, na den slag bij Leipzig, de Fransche troepen onder Molitor zich uit de stad terugtrokken, het verzet op 15 November 1813 losbarstte in de verbranding van de huisjes der gehate douanen en de plundering van huizen van Fransche ambtenaren. Toen den volgenden ochtend ook het Fransche bestuur de stad verliet, trad onder leiding van Mr. Jan Cornelis van der Hoop een provisioned bewind op, dat zich wd met de Oranje-cocarde tooide, doch voorloopig- eene neutrde houding aannam en eerst acht dagen later, toen op 24 November Kozakken waren aangekomen, zich bij het in Den Haag door Van Hogendorp gevormde Algemeen Bestuur aansloot. Den 2den December kwam de Prins van Oranje te Amsterdam; in den loop van den avond van dien dag vaardigde hij de door Kemper gestelde publicatie uit, waarbij hij de souvereinitdt over de Nederlanden aanvaardde. Den 3isten December werd door den Erfprins een nieuw stedelijk bestuur ingesteld, bestaande uit vier Burgemeesters en zesendertig Raden, allen benoemd door den Souvereinen Vorst. Maar d gebruikte men de benamingen van vóór 1795, de oude woorden hadden een anderen inhoud verkregen. De stedelijke regeering was stadsbestuur geworden.

155

Sluiten