Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fabriek genaamd, legde zich zoowel op scheeps- als op machinebouw toe en werd weldra van groote beteekenis; haar uitkeeringen bedroegen van 1829 tot 1832 5%s van 1833— 1836 6%, van 1841—1847 zelfs acht procent. Haar hoogtepunt schijnt zij in 1857 te nebben bereikt, toen er 1600 werklieden werkten, aan wie in genoemd jaar ƒ 465.000 aan werkloon werd uitbetaald. Zij maakte stoommachines en werktuigen voor suikerfabrieken en rijstpelmolens en legde zich tevens op den scheepsbouw toe, eerst van houten, sedert het midden der eeuw van ijzeren schepen; aan deze fabriek was reeds vroeg een ondersteunmg-fonds voor arbeiders verbonden.

Ook andere fabrieken begonnen nu langzamerhand met haar tijd mee te gaan door den stoom bij haar bedrijf aan te wenden. In 1830 had dit plaats in de suikerraffinaderij Het Paardenhoofd, van J. H. Rupe en Zoon aan de Keizersgracht, in 1832 volgden De Bruyn en Beuker en Hulshoff; in 1844 de Granaatappel van Spakler en Tetterode, waar reeds in het Napoleontische tijdperk een merkwaardige poging was aangewend om zich toe te leggen op de verwerking van beetwortelen. De brouwerijen volgden eerst veel later, als eerste, in 1856, de Hooyberg, nu Heinekens Bierbrouwerij. In de diamantslijperijen werd de beweegkracht eerst door vrouwen, later door paarden geleverd; in 1840 werd de eerste stoom-diamantslijperij in de Rapenburgerstraat opgericht; verbetering bracht vooral op dit gebied de stichting, onder leiding van J. J. Posno, van de Diamantslij per ij maatschappij, die op het Roeterseiland aan de tegenwoordige Achtergracht een groote, door stoom gedreven fabriek stichtte en ook de oudere stoornfabriek en de meeste paardenfabriekenopkocht. Betere hygiënische toestanden en de oprichting van een Diamantslijpersfonds voor ondersteuning in geval van ziekte, invaliditeit en ouderdom en voor verzorging van weduwen en weezen trokken de arbeiders naar deze fabriek, die zulke goede zaken maakte, dat in acht jaar tijds de geheele oprichtingskosten terug verdiend werden. Jarenlang zouden de aandeelhouders rijke inkomsten uit deze onderneming trekken.

Overigens bleef de Amsterdamsche industrie van weinig beteekenis; terwijl in alle naburige landen in dit tijdperk de

169

Sluiten