Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Amsterdam tot een belangrijk centrum van den geldhandel maakte; aan de stichting van de Stoomvaart Maatschappij Nederland nam hij een voornaam aandeel; op allerlei gebied, ook op dat der politiek, der philantropie en der kunst heeft hij in de volgende 25 jaar een hoogst belangrijke rol gespeeld.

De toestand der lagere klassen bleef in dit tijdperk buitengewoon ongunstig; de werkheden aan de Koninklijke Fabriek, die zeker tot de best gesitueerden zullen hebben behoord, verdienden ƒ300 per jaar; in 1857 keerde zij aan 1600 werkheden ƒ465.000 aan loon uit. In 1866 was het loon der typografen ƒ 6.— per week. Te Utrecht had toen een gezin met drie kinderen ƒ 4.65 noodig voor huishuur, aardappelen en brood; te Amsterdam zullen de huishuren zeker niet lagei zijn geweest; was de bevolking na 1795, toen er 217024 menschen werden geteld, belangrijk gedaald, in 1840 had zij weer de oude hoogte bereikt en sinds dien had er een geregelde stijging plaats, zoodat in 1869 de volkstelling het cijfer 264.694 aanwees. In denzelfden tijd was het aantal huizen door slooping van 26400 op 24078 teruggeloopen, zoodat vele woningen overbevolkt moeten zijn geweest; in 1858 leefde een tiende der bevolking in kelderwoningen; van 1858 tot 1873 steeg het aantal hiervan zelfs van 4917 tot 4?8*Dat onder dergelijke omstandigheden het sterfte-cijfer ontstellend hoog was, zal zeker niet bevreemden, vooral als wij letten op den nog altijd achterlijken stand der geneeskunde, op de groote zuigelingensterfte, op de geringe zorg voor hygiëne, op de gebrekkige verwijdering van faecahen en straatvuil, op het slechte drinkwater, dat met waterschuiten uit de Vecht moest worden aangebracht, tot de opening der Duinwatermaatschappij in 1854, waaraan de naam van Jacob van Lennep verbonden is, verbetering bracht. Wel nam het sterftecijfer eenigszins af; in het tijdperk van 1811 tot 1819 had het 3942 per duizend bedragen, daarna daalde het tot 57.09 van 1840 tot 1849, tot 31,19 van 1850 tot 1859, tot 26,13 van 1860tot 1869entot25,79van 1870tot 1879,nog altijd evenwel een zeer hoog bedrag, als men het vergelijkt met dat van 1924, dat 8.77 bedroeg.

Wij missen tot dusver de gegevens voor Amsterdam aangaande den physieken toestand der arbeiders; letten wij echter op het feit, dat de Nederlandsche arbeider te zwak was voor

174

Sluiten